Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 40 dialectwoorden voor `vertrekken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : broodpudding (21x) : Lijm (70x) : jawel (28x) : Schuiven (41x) : knopen (27x) : zult (26x) : slager (105x) : als je (34x) : Blootvoets (61x) : klaproos (21x)



45 vertalingen voor het Nederlandse woord `vertrekken`

  1. vertrekken = afrijën (Kastels)
  2. vertrekken = oen goen (Herns (Herne, VL-B))
  3. vertrekken = aaf'dampe (Kerkraads)
  4. vertrekken = aafhouwwe (Geuls)
  5. vertrekken = ânreijen (Lierops)
  6. vertrekken = anschartn, antertn, anzettn, deuregaon, puustescheurn, teurn, tgat in zyn, uutzettn, zilzettn, zn puuste scheîrn, zn schip ofkuuschn, zne weg inkortn (Kortemarks)
  7. vertrekken = aonrije (Bosch)
  8. vertrekken = fortgane (Westfries)
  9. vertrekken = gaon (Geuls)
  10. vertrekken = gaon, aanrije (Brabants)
  11. vertrekken = oepkraome (Antwerps)
  12. vertrekken = vertrèkke (Sittards)
  13. vertrekken = vut gaon (Zwols)
  14. vertrekken = anrijen (brabants)
  15. vertrekken = vut gaon (Kampers)
  16. vertrekken = anrepen (brabants)
  17. Vertrekken = Anslippen (Barnevelds)
  18. Vertrekken = aan (-rijden, -fietsen enz.) (Aalsters Gld)
  19. vertrekken = Oagoan, 't afterten, 't afbollen, zèen schip afkuisen (Wichels)
  20. vertrekken = deurhaon (' k haon deu = ik vertrek) (Axels)
  21. vertrekken = aanrije (brabants)
  22. vertrekken = opkaapen (Ronsisch)
  23. vertrekken = zene rëg draeë (Bilzers)
  24. vertrekken = zen sjüp aofvaege (Bilzers)
  25. vertrekken = ougoun (Moorsel)
  26. vertrekken = a schip afkosjn (Moorsel)
  27. Vertrekken = aan rijden (Veghels)
  28. Vertrekken = Deurhaon (Zaamslags)
  29. vertrekken = ze schippe ofkusjn (Eernegems)
  30. vertrekken = aaftrappe (Tilburgs)
  31. vertrekken = oafreiz'n (Westerkwartiers)
  32. vertrekken = gon (Boakels)
  33. vertrekken = vertrekken (Hunsels)
  34. vertrekken = aafhouwe (Hunsels)
  35. vertrekken = oanrije (Berghems)
  36. vertrekken = opkratse (Blericks)
  37. vertrekken = anrijen (Siebengewalds)
  38. Vertrekken = Opgojn (Spalbeeks)
  39. vertrekken = aafhauwe (Sjeeter plat)
  40. vertrekken = oon goon (Overijses)
  41. vertrekken = deuregoan (Kaprijks)
  42. vertrekken = het afbollen (Melseels)
  43. vertrekken = aangon / ik rijn al af (Ransts)
  44. vertrekken = vertrèkke (ww) vertrok - vertrokke (Heitsers)
  45. vertrekken = vertrèkke (Meerssens)


1 vertalingen voor het dialectwoord `vertrekken`

  1. vertrekken = vertrekken (Hunsels)