Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 45 dialectwoorden voor `babbelen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : tuig (28x) : eeuw (22x) : Broer (130x) : paardenstaart (24x) : leeg (24x) : speculaas (46x) : Belg (36x) : tafel (189x) : kusje (38x) : Diaree (75x)



48 vertalingen voor het Nederlandse woord `babbelen`

  1. babbelen = babbel' n (Westerkwartiers)
  2. babbelen = bebbele (Venloos)
  3. babbelen = bebbele (Montforts)
  4. babbelen = buurten (Lommels)
  5. babbelen = buurten (Neerpelts)
  6. babbelen = buurten (Overpelts)
  7. babbelen = kekgaojn, kièèkeln, kletsn, kommeern, palaovern, snetsn, snettern, snaotern, tettern, taotern (Kortemarks)
  8. babbelen = sawelen (Neerpelts)
  9. babbelen = tetteren (Lommels)
  10. babbelen = tèttere (Bonheidens)
  11. babbelen = tetteren, toateren (Sint-Niklaas)
  12. babbelen = zwetsen (Bilzers)
  13. babbelen = palavere (Bilzers)
  14. babbelen = tetteren (Brugs)
  15. babbelen = bebbele (Bilzers)
  16. babbelen = zwetse (Bilzers)
  17. babbelen = kwêbbele, maule, bêmmele, kwêkke, kwaake, kaozele, têttere, kwêttere, zeevere, zeeke (Bilzers)
  18. babbelen = tutte (re) (Bilzers)
  19. babbelen = kwêbbele (Bilzers)
  20. babbelen = kloanere (Zolders)
  21. babbelen = van latarze geven (Brugs)
  22. babbelen = bemmele (Munsterbilzen - Minsters)
  23. babbelen = mêmme (Munsterbilzen - Minsters)
  24. babbelen = snèbbele (Luyksgestels)
  25. babbelen = wawwelen (neeroeters)
  26. babbelen = klap'n, koet'n (Wevelgems)
  27. babbelen = kletse (Munsterbilzen - Minsters)
  28. babbelen = kwèku (Brakels (gld))
  29. babbelen = semmelen (Turnhouts)
  30. Babbelen = Lameiren (Aarschots)
  31. babbelen = keuvel'n (Westerkwartiers)
  32. babbelen = koakel'n (Westerkwartiers)
  33. babbelen = kaorë (Munsterbilzen - Minsters)
  34. Babbelen = Teuten (Hoogeveens)
  35. babbelen = koeten (West-Vlaams )
  36. babbelen = rizeneren (Neerharens)
  37. babbelen = kouten (Bevers)
  38. Babbelen = Klappe (Spalbeeks)
  39. babbelen = klappen (Bevers)
  40. Babbelen = Burten (Wuustwezel)
  41. Babbelen = Burten (Noorderkempisch)
  42. babbelen = klappe (Walshoutems)
  43. babbelen = toaderen (Kaprijks)
  44. Babbelen = Koet’n (Staens)
  45. Babbelen = Couten (Iepers)
  46. Babbelen = Sjavelen, klappe (Herentals)
  47. Babbelen = Semmelen (Herentals)
  48. babbelen = bebbele (ww) bebbeldje - gebebbeldj (Heitsers)


2 vertalingen voor het dialectwoord `babbelen`

  1. babbelen = praten (Giesbaargs)
  2. babbelen = praten (Kaprijks)