Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 74 dialectwoorden voor `betalen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : geluk (75x) : kachelpook (31x) : papegaai (23x) : taal (35x) : non (45x) : om de haverklap (25x) : tegen (39x) : rits (40x) : clown (55x) : treuzelaar (58x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `betalen`

  1. betalen = afspetten (Moes)
  2. betalen = afspetten, lammeren (Hams)
  3. betalen = berappe (Venloos)
  4. betalen = berappen (Huizers)
  5. betalen = bereme (Venloos)
  6. betalen = besolme (Venloos)
  7. betalen = betaole (Bilzers)
  8. betalen = betaole (Markers (merekers))
  9. betalen = betaole (Mestreechs)
  10. betalen = betaôlen (Budels)
  11. betalen = betoal'n (Westerkwartiers)
  12. betalen = bleche (Venloos)
  13. betalen = dokkn, lammern, neeredokkn, ofdokkn (Kortemarks)
  14. betalen = lammeren (Moes)
  15. betalen = afdokken (Aalsters)
  16. betalen = péjasteren (Aalsters)
  17. betalen = lamm'r'n (Harelbeeks)
  18. betalen = betaoln (Zeeuws)
  19. betalen = steukk'n (Harelbeeks)
  20. betalen = beteale (Zeeuws)
  21. betalen = schokken (Kerkdriels)
  22. betalen = bestuveren (Stellingwarfs)
  23. betalen = betalluh (Alfus)
  24. Betalen = Betoawn (Eekloos)
  25. betalen = afdokken (Erps)
  26. betalen = betale, dokke, bleche, blauwe (Heerlens)
  27. betalen = berappe (wijlres)
  28. betalen = beteune (Leewarders)
  29. betalen = dzjokke, afdjokke (Herentals)
  30. betalen = (oëf) dokke (Bilzers)
  31. betalen = aofdokke (Bilzers)
  32. betalen = betoale: betoal, betoals, betoalt; betoalde; betoald (Genker)
  33. betalen = dokke (Bocholts)
  34. betalen = lammeren, dokn, neereteln (Waregems)
  35. betalen = aofdokke (Munsterbilzen - Minsters)
  36. betalen = piasteren (Leeds)
  37. betalen = dokke (Opglabbeeks)
  38. betalen = afdokken (Leeds)
  39. betalen = betaole (Kanners)
  40. betalen = betolle (Eersels)
  41. betalen = betaole (Tilburgs)
  42. Betalen = Dokken (Amsterdams)
  43. Betalen = Besollemen (Amsterdams)
  44. betalen = beköstege (Tilburgs)
  45. Betalen = Bekostigen (Amsterdams)
  46. Betalen = Besjausteren (Amsterdams)
  47. betalen = betaole, petaole (Tilburgs)
  48. betalen = bëtôalë (Millers)
  49. Betalen = Lammere (Zevenbergs)
  50. betalen = lammere (Tilburgs)