Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 45 dialectwoorden voor `stommerik`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Kastje (31x) : luierik (51x) : boekentas (156x) : Steegje (31x) : armband (71x) : janken (34x) : buis (40x) : klomp (51x) : zoet (63x) : iets (59x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `stommerik`

  1. stommerik = mutn (West-Vlaams)
  2. stommerik = asjel, jan-man-kluute, beuzze, painsj, noikkes, kwajze, kwiet, karottentrekker, meittekau. kweebus (tervurens)
  3. stommerik = stoemerik (Mechels (BE))
  4. stommerik = snotpin (Dongens)
  5. stommerik = heurepeëd (Simpelveld)
  6. stommerik = troetn (Opwijks)
  7. stommerik = poepgaoi (Roeselaars)
  8. stommerik = udder, votloak (Heerlens)
  9. stommerik = heureperd (Susters)
  10. stommerik = äöf (Lanakens)
  11. stommerik = enne kloe..ke (Groesbeeks)
  12. stommerik = struul (Westfries)
  13. stommerik = stómmen achtereuver (Venloos)
  14. stommerik = stoemmerik (Bilzers)
  15. stommerik = metteko (Zeels)
  16. stommerik = koenavvel (Westerkwartiers)
  17. stommerik = troetn (Aalsters)
  18. stommerik = aactelike glaadioal (Utrechts)
  19. stommerik = aachtelike glaadiool (Utrechts)
  20. stommerik = soepkiek' n (Evergems)
  21. stommerik = lulhannes (Amsterdams)
  22. stommerik = onnieëzel schoeëp (Bilzers)
  23. stommerik = stoem vèrke (Bilzers)
  24. stommerik = stoem koe (Bilzers)
  25. stommerik = stoemen iëzel (Bilzers)
  26. stommerik = uil (Bilzers)
  27. stommerik = kaaf (Bilzers)
  28. stommerik = oëelefant (Bilzers)
  29. stommerik = koetaail (Bilzers)
  30. stommerik = stoem geet (Bilzers)
  31. stommerik = kaaf van Mouzes (Bilzers)
  32. stommerik = kloefe; kloefenoenkel (Brugs)
  33. stommerik = gekske (Bosch)
  34. stommerik = huit (Heels)
  35. stommerik = vèèrskop (Luyksgestels)
  36. Stommerik = Kemel (West-Vlaams)
  37. stommerik = häörepaerd (Steins)
  38. stommerik = votloch (Kerkraads)
  39. stommerik = kuifel (Ouwegems)
  40. stommerik = kloefkappere (Ouwegems)
  41. stommerik = tortekloj (Veurns)
  42. stommerik = hornoks (Hulsbergs)
  43. stommerik = knuppel (limburgs)
  44. stommerik = votloak (Sjeeter plat)
  45. stommerik = mutten (Vels)
  46. Stommerik = Hörepead (Ubachsbergs)
  47. stommerik = ne meutte (Hals)
  48. Stommerik = Hoenes (Ubachsbergs)
  49. stommerik = stoemerik (Brechts)
  50. stommerik = gaosklöppel (zn) gaosklöppele - gaosklöppelke (Heitsers)


1 vertalingen voor het dialectwoord `stommerik`

  1. stómmerik = dommerik (Kinroois)