Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 26 dialectwoorden voor `bouwen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : kruidnagel (23x) : Ze is zwanger (40x) : oliebollen (26x) : gemeente (44x) : worden (70x) : boekentas (156x) : heuvel (24x) : station (100x) : afstandsbediening (51x) : eigen (29x)



26 vertalingen voor het Nederlandse woord `bouwen`

  1. bouwen = buuwe (Opglabbeeks)
  2. bouwen = baave (Brussels)
  3. bouwen = boewe (Meerssens)
  4. bouwen = booë (Bilzers)
  5. bouwen = optrèkke (Voerens)
  6. bouwen = baan (Moes)
  7. bouwen = boewe (Sittards)
  8. bouwen = baue (venloos)
  9. bouwen = boewe (Heerlens)
  10. bouwen = baan (Sint-Niklaas)
  11. bouwen = booë (Genker)
  12. bouwen = baeihn (Slengs)
  13. bouwen = beiven (Geels)
  14. bouwen = bowwe (Mestreechs)
  15. bouwen = baan (Lebbeeks)
  16. bouwen = baan (Beverloos)
  17. bouwen = bowe (nijswillers)
  18. bouwen = boewe (Hunsels)
  19. bouwen = baan (Wichels)
  20. bouwen = baave (Zoovetoems)
  21. bouwen = baaën (Wetters)
  22. bouwen = boewe (Wessems)
  23. bouwen = bauwe (Amsterdams)
  24. bouwen = bòò (Millers)
  25. Bouwen = Baave (Herentals)
  26. bouwen = bouwe (ww) bouwdje - gebouwdj (Heitsers)


7 vertalingen voor het dialectwoord `bouwen`

  1. bouwen = ploegen (Achterhoeks)
  2. Bouwen = Ploegen (Wehls)
  3. bouwen = ploegen (Sevenums)
  4. bouwen = eten kleinmaken (Roosendaals)
  5. bouwen = prakken (Oudenbosch)
  6. bouwen = ploegen (Ossies)
  7. bouwen = prakken (Zeeuws)