Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 42 dialectwoorden voor `geven`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : sjaal (73x) : hoop (29x) : tongzoenen (31x) : klaver (33x) : zeem (23x) : Steegje (31x) : kameel (25x) : Bedrieger (31x) : vlegel (23x) : bazige vrouw (29x)



48 vertalingen voor het Nederlandse woord `geven`

  1. Geven = Verskef'ng (Deventers)
  2. geven = gaeve (Roermonds)
  3. geven = gaeve (Venloos)
  4. geven = gaeve (Sittards)
  5. geven = gaeve (Blericks)
  6. geven = gaeve; lange (Bilzers)
  7. geven = geev'm (Westerkwartiers)
  8. geven = gèève (Genneps)
  9. geven = geîven (Overpelts)
  10. geven = geve (Westfries)
  11. geven = gìvuh (Nederasselts)
  12. geven = lange (Hasselts)
  13. geven = geive (Neerpelts)
  14. geven = langen (Overpelts)
  15. geven = gaeve (Sjilvends)
  16. geven = gaeven (Sevenums)
  17. Geven = Gè-ve (Zurriks)
  18. geven = jéve (Kerkraads)
  19. geven = gèëve (Eys)
  20. geven = geejeve (Kortessems)
  21. geven = gêvë, lange (Hoeselts)
  22. geven = gaeve (Kinroois)
  23. geven = lange (Bilzers)
  24. geven = gèève (Genker)
  25. geven = jaan (Fries)
  26. geven = jaan (Fries)
  27. geven = joue (Fries)
  28. geven = jouen (Fries)
  29. geven = lange (Munsterbilzen - Minsters)
  30. geven = gelangd (Lummens)
  31. geven = gêve, ich gêef, zjè gèf, hê gif, ich goef (Hoeselts)
  32. geven = gee-m (Lutters)
  33. geven = gèève (Kanners)
  34. geven = geeve (tt gift, vt gaaf) (Tilburgs)
  35. Geven = Gaeven (Melicks)
  36. geven = ik geef (ee als in 'eer'), of ik gif, Gij gift, hullie geve. (Waalwijks)
  37. Geven = Gève (Epens)
  38. geven = gèivë (Millers)
  39. geven = uutdeel'n (Westerkwartiers)
  40. geven = gaeve (Aelsers)
  41. geven = gaeve (Nunûms)
  42. geven = ge(v)en, ik gif, ik gaaf, ik em gege(v)en (Wichels)
  43. geven = gèève gèèf, giehfs, giehft; goehf; gegèève (Genker)
  44. Geven = Geeéve (Mechels (NL))
  45. geven = gaeven (Aaltens)
  46. geven = goaven (Zeeuws)
  47. Geven = Langen (Heusdens)
  48. geven = gaeve (ww) gaof - gegaeve (Heitsers)