Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 37 dialectwoorden voor `Uitnodigen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : haver (24x) : verwaarlozen (33x) : ga weg (69x) : lijn (29x) : dom iemand (24x) : oud (107x) : perzik (124x) : kousen (78x) : voormiddag (25x) : flauwekul (26x)



40 vertalingen voor het Nederlandse woord `Uitnodigen`

  1. uitnodigen = neugen (Giethoorns)
  2. uitnodigen = neugn (Staphorsts)
  3. uitnodigen = nuig'n (Westerkwartiers)
  4. uitnodigen = oetnüdigen (Venloos)
  5. uitnodigen = nuueje (Tegels)
  6. uitnodigen = ôetnodiggen (Budels)
  7. uitnodigen = uutneudiging (Sallands)
  8. uitnodigen = verzuuke (Hilvarenbeeks)
  9. uitnodigen = neugen (drents)
  10. uitnodigen = neuje (Genneps)
  11. uitnodigen = verzuu.ke (Genneps)
  12. uitnodigen = nuuëje (Kinroois)
  13. uitnodigen = Nuëjen (Lottums)
  14. uitnodigen = neu-n (Hoeselts)
  15. uitnodigen = neje (Bilzers)
  16. uitnodigen = uutnuuëdige (Wells)
  17. uitnodigen = neugen (Sallands)
  18. uitnodigen = neugen (Twents)
  19. Uitnodigen = Verzuuke (Geffes)
  20. uitnodigen = nuueje, oetnuueje (Hunsels)
  21. Uitnodigen = Oetnuëdige (Steins)
  22. uitnodigen = nuëje (Steins)
  23. uitnodigen = verzuuke (Tilburgs)
  24. uitnodigen = oetnuuëje (Kinroois)
  25. uitnodigen = ötnôoje, èùtnôoje (Tilburgs)
  26. uitnodigen = neije (Munsterbilzen - Minsters)
  27. Uitnodigen = Uutneudege - Verzuuk (Liemers)
  28. uitnodigen = nij (Munsterbilzen - Minsters)
  29. uitnodigen = nuje verzukkg (Waanroods)
  30. uitnodigen = autnije (Munsterbilzen - Minsters)
  31. uitnodigen = ílaade (nijswillers)
  32. uitnodigen = nije (Munsterbilzen - Minsters)
  33. Uitnodigen = Neuje (Noord-Limburgs)
  34. uitnodigen = nuje (betsers)
  35. uitnodigen = nuèje (Berg en Terblijts)
  36. uitnodigen = nieë, nie, nies, niet, niede, genied (Genker)
  37. Uitnodigen = Neuëje (Gelaens (Geleens))
  38. uitnodigen = vurzuukn (Epers)
  39. uitnodigen = uutneudigen (Steenwijks)
  40. uitnodigen = uitnwoadige (Brechts)