Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 24 dialectwoorden voor `trompet`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : motregenen (60x) : karnemelk (120x) : klokhuis (43x) : pannenkoek (54x) : flauwekul (26x) : plotseling (46x) : bokking (39x) : eieren (108x) : zwaaien (33x) : morgen (176x)



24 vertalingen voor het Nederlandse woord `trompet`

  1. trompet = trompöt (Mestreechs)
  2. trompet = träöt (Venloos)
  3. trompet = trööt (Sittards)
  4. trompet = trómpet, träöt (Reuvers)
  5. Trompet = Tuuter (Sint-Katelijne-Waver)
  6. trompet = trööt (Heerlens)
  7. trompet = teuter (Turnhouts)
  8. trompet = troempet (Duffels)
  9. trompet = troempet (Bornems)
  10. trompet = troepmet (Bornems)
  11. trompet = treut (Simpelveld)
  12. trompet = trompöt (Kanners)
  13. Trompet = Treut (Vaals)
  14. trompet = tròmpöt (Steins)
  15. trompet = treut (Venloos)
  16. Trompet = Träöt (Gelaens (Geleens))
  17. trompet = tuu'er (Hulshouts)
  18. trompet = träöt (Tegels)
  19. trompet = feep (Turnhouts)
  20. trompet = träöt (Hulsbergs)
  21. trompet = troempet (Brechts)
  22. trompet = trompôt (Berg en Terblijts)
  23. trompet = trómpèt (Genker)
  24. trompet = treut, trompöt (Berg en Terblijts)


1 vertalingen voor het dialectwoord `trompet`

  1. trómpèt = trompet (Genker)