Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 67 dialectwoorden voor `vechten`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : boompje (52x) : vlo (21x) : vals spelen (79x) : boekje (48x) : later (36x) : Vlinderdas (36x) : witte kool (29x) : ruit (50x) : stotteraar (32x) : misschien (43x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `vechten`

  1. vechten = vèchte (de è langgerekt uitspreken) (Waalwijks)
  2. vechten = battere (Munsterbilzen - Minsters)
  3. vechten = beustele (Geuls)
  4. Vechten = Hengste (Westlands)
  5. vechten = houwen (Eibergs)
  6. vechten = huiten (Westlands)
  7. vechten = knok'n (Twents)
  8. vechten = knokkûh (Haags)
  9. vechten = matte (Eindhovens)
  10. vechten = matte (Haags)
  11. vechten = matten, beuken (Amsterdams)
  12. Vechten = petijtje wostelluh (Haags)
  13. vechten = preugele (Venloos)
  14. vechten = rauzuh, rauzen (Haags)
  15. vechten = vaechte (Bilzers)
  16. vechten = vecht'n (Westerkwartiers)
  17. vechten = an de kap liggn, battern, vichtn (Kortemarks)
  18. vechten = zich beusjtele (Sittards)
  19. vechten = battere (Antwerps)
  20. vechten = battrn (Kortrijks)
  21. vechten = battrn, een vuste ip jin zén chambrang mulle geevn. (West-Vlaams)
  22. Vechten = Boarstele (Zurriks)
  23. vechten = kachn (Lauws)
  24. vechten = batter'n, vicht'n (Roeselaars)
  25. vechten = kebatt'rn (Harelbeeks)
  26. vechten = batteren (Londerzeels)
  27. vechten = matte (Westlands)
  28. vechten = batteren (Brugs)
  29. Vechten = Sauzen (Haags)
  30. vechten = kletsjen (Denderleeuws)
  31. vechten = batterre (Tongers)
  32. vechten = battere (Tongers)
  33. vechten = Preugelen (Lottums)
  34. vechten = battere (Bilzers)
  35. vechten = Op de vuuste goa. (Sallands)
  36. vechten = bossele (Bilzers)
  37. vechten = baddere (Bilzers)
  38. vechten = énéén hange (Bilzers)
  39. vechten = trop kloppe---bossele--knotse (Bilzers)
  40. vechten = fjochtsje (Fries)
  41. vechten = straaje (Munsterbilzen - Minsters)
  42. vechten = kartache (Vilvoords)
  43. vechten = battere (tervurens)
  44. vechten = batteren (West-Vlaams)
  45. vechten = vàèchte (Kanners)
  46. vechten = badderen (Ninoofs)
  47. vechten = batteren (Zwevegems)
  48. vechten = badderen / batteren (Hoogstraats)
  49. vechten = batteren (Meers)
  50. vechten = beustele / klöppe / tóéke (Steins)