Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 23 dialectwoorden voor `omkleden`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : passant (39x) : bontjas (22x) : bijkeuken (26x) : houden (65x) : bult (55x) : duivel (61x) : bijnaam (22x) : dronken (228x) : medelijden (45x) : Dicht (25x)



26 vertalingen voor het Nederlandse woord `omkleden`

  1. omkleden = oemkleije (Opglabbeeks)
  2. omkleden = aanes aondoên (Bilzers)
  3. omkleden = aans umme antrekn (Twents)
  4. omkleden = aansum antrekn (Enschedees)
  5. omkleden = omboei'n (Westerkwartiers)
  6. omkleden = ommetrekken (Giethoorns)
  7. omkleden = omskoeje (Katwijks)
  8. omkleden = umtrekke (Venloos)
  9. Omkleden = umtrekken (Budels)
  10. omkleden = umtrekken; omtrekken (drents)
  11. omkleden = umtrèkke (Genneps)
  12. omkleden = umtrekken (Sevenums)
  13. omkleden = ömtrekke (Heldens)
  14. omkleden = umtrekke (Heezers)
  15. omkleden = aansum antrekk'n (Soasels)
  16. Omkleden = Oemkliêre (Sint-Katelijne-Waver)
  17. Omkleden = Umtrekke (Liessents)
  18. omkleden = omstroepen (Westerkwartiers)
  19. Omkleden = Omtrekken (Diems)
  20. Omkleden = Verskónne (Geffes)
  21. Omkleden = Umtrekke - wah anders aantrekke - Umkleje (Liemers)
  22. omkleden = umtrekke (Wells)
  23. omkleden = ummetrekken (oldebroeks)
  24. omkleden = verklieën (Lebbeeks)
  25. omkleden = ómkleie (ww) kleidje óm - ómgekleidj (Heitsers)
  26. omkleden = zich ömtrèkke (Tegels)