Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 25 dialectwoorden voor `poep`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : stomdronken (50x) : meid (51x) : druiven (41x) : gaar (78x) : doei (76x) : snotneus (47x) : lepeltje (24x) : boontjes (23x) : schillen (41x) : wei (26x)



26 vertalingen voor het Nederlandse woord `poep`

  1. poep = koente (Poperings)
  2. poep = scheit (Tilburgs)
  3. poep = pongel (drents)
  4. poep = sjtrongs (Kerkraads)
  5. poep = stroont (Mestreechs)
  6. poep = driete (Achterhoeks)
  7. poep = ol (vulgair) ; normaal woord: gat (Leefdaals)
  8. poep = pp (Chattaal)
  9. poep = sjies (Kerkraads)
  10. poep = drek (Urkers)
  11. poep = koente (Werviks)
  12. poep = kaka (Evergems)
  13. poep = schiet (Gronings)
  14. poep = jarre (Fries)
  15. poep = stront (Lutters)
  16. poep = foer (Leefdaals)
  17. poep = schèèt (Tilburgs)
  18. poep = stront (Fries)
  19. poep = jij (Culemborgs)
  20. poep = peop (Drents)
  21. Poep = Koont (Mols)
  22. Poep = Driet (Diems)
  23. Poep = Foe (Bargoens)
  24. Poep = Gra (Amsterdamse straattaal)
  25. poep = kaka (Baronies)
  26. poep = sjtrónt (Tegels)


26 vertalingen voor het dialectwoord `poep`

  1. poep = pop (Rotselaars)
  2. poep = billen (Baronies)
  3. poep = achterwerk (Antwerps)
  4. Poep = Pop (Sint-Katelijne-Waver)
  5. poep = pop (Bornems)
  6. Poep = Achterste (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  7. poep = broek (Gronings)
  8. poep = pop (Kortessems)
  9. pôep = pop (Hoeselts)
  10. poep = knalzat (Bilzers)
  11. poep = vrouwtjes vogel (Munsterbilzen - Minsters)
  12. poep = knap meisje (Munsterbilzen - Minsters)
  13. poep = hoi (Westfries)
  14. poep = bips (Evergems)
  15. poep = pop (Aalsters)
  16. poep = achterwerk* (Lovendegems)
  17. poep = ik (Sint-Niklaas)
  18. poep = wijfjesvogel, modepop (Meers)
  19. poep = pop (Lebbeeks)
  20. poep = pop (Wichels)
  21. poep = Feliciteerd (Twents)
  22. poep = pop (Leefdaals)
  23. poep = wijfjesvogel (Tiens)
  24. poep = peer (Zuid-west-vlaams)
  25. Poep = zich overhaasten (Waregems)
  26. poep = repel (Zeeuws)