Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 40 dialectwoorden voor `liegen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : houtduif (23x) : kalfje (33x) : suiker (110x) : zonde (59x) : er (23x) : pruik (70x) : voorhoofd (26x) : zaaien (47x) : zweetvoeten (55x) : weggaan (86x)



47 vertalingen voor het Nederlandse woord `liegen`

  1. liegen = drukkn, drukkn zoender inkte (Kortemarks)
  2. liegen = druknzondrinkte (Harelbeeks)
  3. liegen = laigen (Gronings)
  4. liegen = leege (Budels)
  5. liegen = leege (Roermonds)
  6. liegen = leige (Sittards)
  7. liegen = lieeguh (Helmonds)
  8. liegen = lieg' n (Westerkwartiers)
  9. liegen = liege (Westfries)
  10. liegen = liege (Bilzers)
  11. liegen = leege (Heldens)
  12. Liegen = Lege (Zurriks)
  13. liegen = légen (Sevenums)
  14. liegen = afstrein (Sinnekloases en niekaarks)
  15. liegen = luge (Eys)
  16. liegen = me spekschieten (Antwerps)
  17. liegen = lie'n (Eekloos)
  18. liegen = beuzelen (Turnhouts)
  19. liegen = liën (Evergems)
  20. liegen = lege (Kinroois)
  21. liegen = daai lieg tot ze stink--bars (Bilzers)
  22. liegen = ét n dobbel toeng kalle (Bilzers)
  23. liegen = bliëskes wijsmaoke (Bilzers)
  24. liegen = beuzelen (Mechels (BE))
  25. liegen = bliëskes (bloëskes) wijsmaoke (Munsterbilzen - Minsters)
  26. liegen = aut zene dikke tein zauke (Bilzers)
  27. Liegen = Schummen (Zeeuws)
  28. liegen = leege (Opglabbeeks)
  29. liegen = leugenen (Zeeuws)
  30. liegen = lege (Kanners)
  31. liegen = leege (neeroeters)
  32. Liegen = Beuzelen (Amsterdams)
  33. liegen = luugge (Bocholtz)
  34. liegen = luuche (Bocholtz)
  35. liegen = jokken (Nijlens)
  36. liegen = bliëskes wijsmaoke (Munsterbilzen - Minsters)
  37. liegen = jokke (Roosendaals)
  38. liegen = lüge (nijswillers)
  39. Liegen = Boren (Amsterdamse straattaal)
  40. liegen = leege (zoovetoems)
  41. liegen = liehge liehg, liehgs, liehgt loeëg geloeëge (Genker)
  42. Liegen = Lége (Mechels (NL))
  43. liegen = liegn (Bambrugs)
  44. liegen = bloaëzn (bloaskes) wijs mokn (Kaprijks)
  45. liegen = legen (Aaltens)
  46. liegen = lege (ww) laog - gelaoge (Heitsers)
  47. liegen = lege (Tegels)