Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 22 dialectwoorden voor `baan`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : dat is (21x) : spatbord (56x) : elkaar (86x) : klungelen (31x) : schrik hebben (28x) : kusje (38x) : rauw (23x) : regenworm (125x) : verf (55x) : tien (48x)



23 vertalingen voor het Nederlandse woord `baan`

  1. baan = baene (Ouddorps)
  2. baan = baon (Udens)
  3. baan = baon (weg) ; wêrk (Bilzers)
  4. baan = boan (Budels)
  5. baan = boan (e) (Gronings)
  6. baan = boane (Giesbaargs)
  7. baan = roette (Kortemarks)
  8. baan = bane (Epers)
  9. baan = boën (Dendermonds)
  10. baan = de roette (Poperings)
  11. baan = boane (Wannes è un goeie baone) (Zeeuws)
  12. baan = baone (Zeeuws)
  13. Baan = Boene (Herns (Herne, VL-B))
  14. baan = baon (Lunters)
  15. baan = boan (Leefdaals)
  16. baan = bôon (Hoeselts)
  17. baan = boan (Balens)
  18. baan = boan (Genker)
  19. baan = baon (Tilburgs)
  20. Baan = Betrekking (Archaïsch)
  21. baan = baun (Lebbeeks)
  22. baan = boan (Winksels)
  23. baan = boan (Bambrugs)


12 vertalingen voor het dialectwoord `baan`

  1. Baan = Autosnelweg (Chattaal)
  2. baan = band (Snekers)
  3. baan = banden (Hasselts)
  4. baan = banden (Halens)
  5. baan = bouwen (Beverloos)
  6. baan = spoor (Venloos)
  7. Baan = Rijksweg (Aelsers)
  8. baan = gebaand pad (Westfries)
  9. baan = bouwen (Moes)
  10. baan = bouwen (Sint-Niklaas)
  11. baan = bouwen (Lebbeeks)
  12. baan = bouwen (Wichels)