Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 52 dialectwoorden voor `remmen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : België (52x) : stiekem (22x) : kelder (43x) : Pollepel (21x) : ga weg! (24x) : levendig (27x) : Boven (39x) : Broer (130x) : roken (148x) : meel (30x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `remmen`

  1. remmen = frein (Berlaars)
  2. remmen = fringen (Kortrijks)
  3. remmen = frei, e$$ (Waaslands)
  4. remmen = freinen (Zottegems)
  5. remmen = freinen (Waaslands)
  6. remmen = freinen (Booms)
  7. remmen = freinen (Giesbaargs)
  8. remmen = freneijre (Leuvens)
  9. remmen = frène (Gents)
  10. remmen = frenn'n (Waregems)
  11. remmen = fring'n (Izegems)
  12. remmen = fringn (Kortemarks)
  13. remmen = remm' n (Westerkwartiers)
  14. remmen = freinen (Zeels)
  15. remmen = frenchs (Oosteekloos)
  16. remmen = fringn (Lauws)
  17. remmen = fringn (Roeselaars)
  18. remmen = fringen, sluiten (West-Vlaams)
  19. remmen = remme (Eys)
  20. remmen = freinen (Herns (Herne, VL-B))
  21. remmen = fringen (Werviks)
  22. remmen = frennen (Wetters)
  23. remmen = freineren (Walshoutems)
  24. remmen = fring'n (Veurns)
  25. remmen = frènjiere (Tongers)
  26. remmen = freins (Diesters)
  27. remmen = freinen (Melseels)
  28. Remmen = Freins (Hansbeeks)
  29. remmen = frenn (Kaprijks)
  30. remmen = frinks (West-vlaams)
  31. remmen = freinen (Stekens)
  32. remmen = freins, freineire (tervurens)
  33. remmen = freins - freinen (Geels)
  34. remmen = frenn'n (Oudenaards)
  35. remmen = fringen (Brugs)
  36. remmen = freneren (Diesters)
  37. remmen = frein' n (Aspers)
  38. remmen = freneiren (Rous (Sint-Genesius-Rode))
  39. remmen = frijnen (Hams)
  40. remmen = frijns (Hams)
  41. remmen = fraeë (Munsterbilzen - Minsters)
  42. remmen = inouven, frein'n (Ninoofs)
  43. remmen = frei (Opwijks)
  44. remmen = frenen (ronsisch)
  45. remmen = freine (Booms)
  46. remmen = frengen (Wichels)
  47. Remmen = Freinen (Berings)
  48. remmen = frèneire (Haasrode)
  49. remmen = frënñ, 'frèndege, ge'frènt (oudenaards)
  50. remmen = fraine (Rotselaars)