Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 26 dialectwoorden voor `sparen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : mooi meisje (69x) : Ik ben weg (50x) : haar (110x) : gras (207x) : zwaar (56x) : herinneren (23x) : wortel (113x) : krijgen (68x) : vrijgezel (27x) : verpleegster (22x)



28 vertalingen voor het Nederlandse woord `sparen`

  1. sparen = spaoren (Kaatsheuvels)
  2. sparen = spaöre (Budels)
  3. sparen = spoar'n (Westerkwartiers)
  4. sparen = spoaren (Berlaars)
  5. sparen = potten (Oudenbosch)
  6. sparen = speâre (Nijmeegs)
  7. sparen = spoar'n (Epers)
  8. sparen = spaornn (Zeeuws)
  9. sparen = spaorn (Zeeuws)
  10. sparen = spaoren (Lunters)
  11. sparen = potten-awwe sok völle (Mestreechs)
  12. sparen = spôre, pottë, oppottë (Hoeselts)
  13. sparen = spoeren (Ronsisch)
  14. sparen = spaore (Tilburgs)
  15. sparen = ponke (Gents)
  16. sparen = gaeren (Zaans)
  17. sparen = spoaru (Brakels (gld))
  18. sparen = sporre (Waalwijks)
  19. sparen = spoare (Zwijndrechts)
  20. sparen = spaore (Stals)
  21. sparen = verzoamel'n (Westerkwartiers)
  22. Sparen = Spaure (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  23. Sparen = Spaeren (Hoogeveens)
  24. sparen = spoarn (Waregems)
  25. sparen = zeumere (Hulsbergs)
  26. sparen = sjpaare (Berg en Terblijts)
  27. sparen = spoare (Genker)
  28. sparen = sporen (Aaltens)


1 vertalingen voor het dialectwoord `sparen`

  1. sparen = snel zijn (Westels)