Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 27 dialectwoorden voor `engel`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : gehakt (66x) : natuurlijk (46x) : blad (30x) : schouw (45x) : hengst (42x) : dronken (228x) : vogels (21x) : opnieuw (167x) : aardappelmesje (47x) : de (40x)



29 vertalingen voor het Nederlandse woord `engel`

  1. engel = eengel (Mestreechs)
  2. engel = iengle (Kortemarks)
  3. engel = ingel (Mestreechs)
  4. engel = ingel (Venloos)
  5. engel = ingel (Mestreechs)
  6. engel = ingel (Lanakens)
  7. engel = ingel (Moes)
  8. engel = ingel (Giesbaargs)
  9. engel = ingel (Hulsters (NL))
  10. engel = ingel (Roermonds)
  11. engel = èngel (m.) (Eys)
  12. engel = eingoo (Ronsisch)
  13. Engel = Ingel (Fries)
  14. engel = ingel (Opglabbeeks)
  15. engel = nen in (g) le (Waregems)
  16. Engel = Maloochem (Amsterdams)
  17. engel = ingul (Brakels (gld))
  18. Engel = Englo (Bargoens)
  19. engel = ingel (Gents)
  20. Engel = Ingel (Vlijtingens)
  21. engel = iengel (Poperings)
  22. engel = ingel (Wells)
  23. engel = ijle (Kaprijks)
  24. engel = èngel: èngele, èngelke (Genker)
  25. engel = ingel (Sint-joasters)
  26. engel = èngel (Genker)
  27. engel = ingel (Lebbeeks)
  28. engel = ingel (zn) ingele - ingelke (Heitsers)
  29. engel = sjnoebel (Tegels)


1 vertalingen voor het dialectwoord `engel`

  1. èngel = engel (Genker)