Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 35 dialectwoorden voor `kotsen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : boor (22x) : bezoek (41x) : loon (35x) : bloedworst (94x) : aap (49x) : bewegen (31x) : boodschappentas (99x) : onder (33x) : nederlands (21x) : zwijg (33x)



38 vertalingen voor het Nederlandse woord `kotsen`

  1. kotsen = spijge (Volendams)
  2. kotsen = spuie (Kerkraads)
  3. kotsen = uverjeve (Kerkraads)
  4. kotsen = uvver jeve (Kerkraads)
  5. kotsen = bràken (Katwijks)
  6. kotsen = geubele (leuvens)
  7. Kotsen = Gierêh (Westlands)
  8. kotsen = jöbbele (Kerkraads)
  9. kotsen = spauen (Zottegems)
  10. kotsen = spouwge (Westlands)
  11. kotsen = sproeien, nekke (Haags)
  12. kotsen = spuge (Westlands)
  13. Kotsen = Spuien, Bèren (West-Vlaams)
  14. kotsen = barfen (westlands)
  15. Kotsen = Ovah je zuigah gaan (Haags)
  16. kotsen = spaagen, oevergeiven (Aalsters)
  17. Kotsen = Spoegge (Flakkees)
  18. Kotsen = Geubele (Sint-Katelijne-Waver)
  19. Kotsen = Spaave (Sint-Katelijne-Waver)
  20. kotsen = gubbele, uvver geave (Heerlens)
  21. kotsen = spouwen (Evergems)
  22. kotsen = hij spoagt zijn ziele uit zijn lijf (Zottegems)
  23. kotsen = kitse (Luyksgestels)
  24. kotsen = spijgen (Ossies)
  25. Kotsen = over je zuiger gaan (Leids)
  26. kotsen = kótse (Hunsels)
  27. kotsen = gèbbel'n (Lebbeeks)
  28. kotsen = spagen (Lebbeeks)
  29. kotsen = overgeevn, spuugn (Kortemarks)
  30. kotsen = spuiën (Ouwegems)
  31. kotsen = gjabbele (Tiens)
  32. kotsen = spoe-en (Kaprijks)
  33. kotsen = geubele, uivergeive (Dilbeeks)
  34. Kotsen = Spave (Opvelps)
  35. Kotsen = Gebele (3x doffe e) (Opvelps)
  36. Kotsen = Spauwen (Brabants )
  37. Kotsen = Kulken (Ewijk (Euiwwiks))
  38. Kotsen = Kot,sn, spieen (Hierdens)


8 vertalingen voor het dialectwoord `kotsen`

  1. kotsen = overgeven (Antwerps)
  2. kotsen = overgeven (Geels)
  3. kotsen = overgeven (Diems)
  4. kotsen = spugen (betuws)
  5. kotsen = braken / overgeven (Barnevelds)
  6. kotsen = overgeven (Overpelts)
  7. kotsen = braken, overgeven (loois)
  8. kotsen = vomeren (Zeeuws)