Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 24 dialectwoorden voor `bengel`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Brug (54x) : herrie (21x) : trut (21x) : nemen (33x) : spaak (44x) : geloof (41x) : zwijgen (54x) : wagen (33x) : grote borsten (23x) : gebruiken (40x)



25 vertalingen voor het Nederlandse woord `bengel`

  1. bengel = apsjar, galjar, kastar (Kortemarks)
  2. bengel = batraaf (Montforts)
  3. bengel = deugeniet (Giesbaargs)
  4. bengel = ruffe (Zottegems)
  5. bengel = snotneuze (Harelbeeks)
  6. bengel = vlaegel (Venloos)
  7. bengel = kôrt-oer (Overpelts)
  8. bengel = batteraaf (m.) (Eys)
  9. bengel = batraaf (Heels)
  10. bengel = sliengeraop (Oudenbosch)
  11. bengel = jeunk (Riemsts)
  12. bengel = batteraaf (Kinroois)
  13. bengel = snotaop (Bilzers)
  14. bengel = kedee--kedét (Bilzers)
  15. bengel = slingeraop (Munsterbilzen - Minsters)
  16. bengel = bujel (Hunsels)
  17. bengel = galis (neeroeters)
  18. Bengel = batteraaf (Mechels (NL))
  19. bengel = paggadder (Lebbeeks)
  20. bengel = batraaf (Bocholtz)
  21. bengel = kwoajon (Westerkwartiers)
  22. bengel = beno (doffe e) (landens)
  23. Bengel = Batteraaf (Ubachsbergs)
  24. bengel = ströb (zn) (Heitsers)
  25. bengel = joenk (Dilbeeks)