Vind een (dialect)woord

Toon woorden

36 vertalingen voor het dialectwoord `ken`

  1. Ken = Kan (Noordwijkerhouts)
  2. ken = pit (fruitpit) (Brechts)
  3. kèn = kennen (Tegels)
  4. ken = kan (Snekers)
  5. kèn = kan (Nijmeegs)
  6. ken = kan (Arnhems)
  7. Ken = Kan (Renkums)
  8. ken = kan (Gronings)
  9. ken = kot (Mezeikers)
  10. ken = kan (Woensels)
  11. ken = kan (Bergs)
  12. ken = kan (Liempds)
  13. ken = kan (Texels)
  14. ken = kan (Amsterdams)
  15. ken = kunnen (Texels)
  16. ken = kan (Utrechts)
  17. Ken = Kun (Hagesteins)
  18. ken = ik heb (West-Vlaams)
  19. ken = ik heb (Zeeuws)
  20. ken = ik heb (Terneuzens)
  21. ken = kan (Westlands)
  22. ken = kan (Flakkees)
  23. ken = kan (Katwijks)
  24. ken = kan (Leids)
  25. ken = kan (Delfts)
  26. Ken = Kan (Dordts)
  27. ken = kan (Hendrik-Ido-Ambachts)
  28. ken = kan (van kunnen) (Noordwijks)
  29. ken = kan (Nieuw lekkerlands)
  30. ken = kan (Lekkerkerks)
  31. ken = kan (Bollenstreeks)
  32. Ken = Kan (Alblasserdams)
  33. Ken = Kun (Alblasserdams)
  34. ken = kan (Rotterdams)
  35. ken = kunt (Rotterdams)
  36. Ken = Kan (Termeis)