Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 26 dialectwoorden voor `deel`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : lade (103x) : gammel (22x) : lekker (26x) : koffie (102x) : zenuwen (49x) : maag (38x) : gulzigaard (48x) : bagagedrager (54x) : ligt (21x) : horen (95x)



31 vertalingen voor het Nederlandse woord `deel`

  1. deel = deil (Geuls)
  2. deel = deil (Venloos)
  3. deel = deil (Roermonds)
  4. deel = deil (Lanakens)
  5. deel = deil, paart, stök, stökske, oonderdeil (Mestreechs)
  6. deel = dèle / de delle / d' n deahl (Achterhoeks)
  7. Deel = Dil (Dordts)
  8. deel = frakse (Giesbaargs)
  9. deel = part (Brakels)
  10. deel = part (Giesbaargs)
  11. deel = deil; paot (Mestreechs)
  12. deel = diél (Budels)
  13. deel = pössie (Epers)
  14. deel = pät (Epers)
  15. deel = dièl (Zeeuws)
  16. deel = deil, paort, stökske (Lanakens)
  17. Deel = Diêl (Sint-Katelijne-Waver)
  18. deel = delle (Sallands)
  19. deel = deal (Diems)
  20. deel = poeëse (Munsterbilzen - Minsters)
  21. deel = deil (Opglabbeeks)
  22. deel = dèil (Kanners)
  23. Deel = Dele (straote aachter de middendeure binnenshuus) (Giethoorns)
  24. Deel = Een part een stukkie- een gedeelte (Giethoorns)
  25. Deel = Dêêl (Zevenbergs)
  26. deel = dèèl (Brakels (gld))
  27. deel = paart (Mechels (BE))
  28. deel = paut (Lebbeeks)
  29. deel = diel (Heusdens)
  30. deel = djeil (Brechts)
  31. deel = deil (zn) deile (Heitsers)


13 vertalingen voor het dialectwoord `deel`

  1. Deel = Dijle (rivier) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  2. dèèl = achterhuis (Maas en waals)
  3. dèèl = Plaats waar koeien gestald staan (Hedels)
  4. dèèl = deel (Brakels (gld))
  5. dèèl = achterhuis (liendens)
  6. Dèèl = Deel van de boerderij (Brakels (gld))
  7. deel = koeienstal (Gronings)
  8. deel = schoorsteenmantel (Gronings)
  9. deel = achterbouw (Riekevorts)
  10. Dêêl = Vloer van stal (Zevenbergs)
  11. Dêêl = Deel (Zevenbergs)
  12. deel = gedeelte (Sint-Niklaas)
  13. deel = die (v en mv) van haar (Lebbeeks)