Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 30 dialectwoorden voor `beschadigen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : drop (54x) : schoffel (61x) : slak (65x) : benzine (78x) : paarden (37x) : zuchten (21x) : baas (37x) : iedereen (69x) : boor (22x) : uitglijden (59x)



35 vertalingen voor het Nederlandse woord `beschadigen`

  1. beschadigen = (af) répe (Utrechts)
  2. Beschadigen = abumeere (Willebroeks)
  3. beschadigen = abuumeern, akmandeern, kaduunn, vermonsakreern (Kortemarks)
  4. beschadigen = beschoadeg'n (Westerkwartiers)
  5. beschadigen = beskandelesere; beskandelezere (Westfries)
  6. beschadigen = beskandelezére (Westfries)
  7. beschadigen = schaanzeer'n (Westerkwartiers)
  8. beschadigen = sjêndeliëre (Bilzers)
  9. beschadigen = verinneweren - nao de knoppen doen - ni kunnen goa slaogen (Westels)
  10. beschadigen = abimeren (Antwerps)
  11. Beschadigen = rampeneren (Veurns)
  12. beschadigen = schennen, schenden (Wetters)
  13. beschadigen = beschandeliezeren (Tilburgs)
  14. Beschadigen = Begoien of begaaien (Mols)
  15. beschadigen = ver-rwoeize (Tongers)
  16. beschadigen = verinneweren (Hulshouts)
  17. beschadigen = schanzeer' n (Westerkwartiers)
  18. beschadigen = abimeire (tervurens)
  19. beschadigen = schalotteren (Baasrode)
  20. beschadigen = beschandeliezeere (Tilburgs)
  21. beschadigen = schalotter'n (Lebbeeks)
  22. beschadigen = verroase (Vlijtingens)
  23. beschadigen = schalotteren (Booms)
  24. beschadigen = verzauwe (Hulsbergs)
  25. beschadigen = schallottern (Merchtems)
  26. beschadigen = versjangeleere (Genker)
  27. beschadigen = schentevejtn (Kaprijks)
  28. beschadigen = abimeern (Kaprijks)
  29. beschadigen = verdemeleren, ver'akemandérn, nor de klootn òpm (oudenaards)
  30. beschadigen = schenn (Kaprijks)
  31. beschadigen = skalotteren (Opwijks)
  32. beschadigen = schendn (Kaprijks)
  33. Beschadigen = Abbèmeire (Bierbeeks)
  34. beschadigen = abummère (Dilbeeks)
  35. beschadigen = versjangelere (ww) versjangeleerdje - versjangeleerdj (Heitsers)