Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

DE: herstellen
NL: herstellen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
hersteld

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik herstel
jij herstelt
hij herstelt
wij herstellen
jullie herstellen
zij herstellen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb hersteld
jij hebt hersteld
hij heeft hersteld
wij hebben hersteld
jullie hebben hersteld
zij hebben hersteld

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik herstelde
jij herstelde
hij herstelde
wij herstelden
jullie herstelden
zij herstelden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had hersteld
jij had hersteld
hij had hersteld
wij hadden hersteld
jullie hadden hersteld
zij hadden hersteld

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal herstellen
jij zult herstellen
hij zal herstellen
wij zullen herstellen
jullie zullen herstellen
zij zullen herstellen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal hersteld hebben
jij zult hersteld hebben
hij zal hersteld hebben
wij zullen hersteld hebben
jullie zullen hersteld hebben
zij zullen hersteld hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou herstellen
jij zou herstellen
hij zou herstellen
wij zouden herstellen
jullie zouden herstellen
zij zouden herstellen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou hersteld hebben
jij zou hersteld hebben
hij zou hersteld hebben
wij zouden hersteld hebben
jullie zouden hersteld hebben
zij zouden hersteld hebben

Gebiedende wijs
herstel

Aanvoegende wijs
herstelle


DE: herstellen    Vertaal    Voorbeelden    Synoniemen
Partizip Perfekt & Präsens
hergestellt
herstellend

Indikativ Präsens
ich stelle her
du stellst her
er stellt her
wir stellen her
ihr stellt her
sie; Sie stellen her

Indikativ Perfekt
ich bin hergestellt
du hast hergestellt
er hat hergestellt
wir haben hergestellt
ihr habt hergestellt
sie; Sie haben hergestellt

Indikativ Präteritum
ich stellte her
du stelltest her
er stellte her
wir stellten her
ihr stelltet her
sie; Sie stellten her

Indikativ Plusquamperfekt
ich war hergestellt
du hattest hergestellt
er hatte hergestellt
wir hatten hergestellt
ihr hattet hergestellt
sie; Sie hatten hergestellt

Indikativ Futur I
ich werde herstellen
du wirst herstellen
er wird herstellen
wir werden herstellen
ihr werdet herstellen
sie; Sie werden herstellen

Indikativ Futur II
ich werde hergestellt sein
du wirst hergestellt haben
er wird hergestellt haben
wir werden hergestellt haben
ihr werdet hergestellt haben
sie; Sie werden hergestellt haben

Konjunktiv I Präsens
ich stelle her
du stellest her
er stelle her
wir stellen her
ihr stellet her
sie; Sie stellen her

Konjunktiv I Perfekt
ich sei hergestellt
du habest hergestellt
er habe hergestellt
wir haben hergestellt
ihr habet hergestellt
sie; Sie haben hergestellt

Konjunktiv II Präsens
ich stellte her
du stelltest her
er stellte her
wir stellten her
ihr stelltet her
sie; Sie stellten her

Konjunktiv II Perfekt
ich hätte hergestellt
du hättest hergestellt
er hätte hergestellt
wir hätten hergestellt
ihr hättet hergestellt
sie; Sie hätten hergestellt

Konjunktiv II Futur I
ich würde herstellen
du würdest herstellen
er würde herstellen
wir würden herstellen
ihr würdet herstellen
sie; Sie würden herstellen

Konjunktiv II Futur II
ich würde hergestellt sein
du würdest hergestellt haben
er würde hergestellt haben
wir würden hergestellt haben
ihr würdet hergestellt haben
sie; Sie würden hergestellt haben

der Imperativ
du stelle her


Voorbeelden

  1. Herstellungskosten
    productiekosten
  2. SKOPA wird von einem Lieferanten entwickelt, der normalerweise Eimer und Schüsseln aus Kunststoff herstellt
    SKOPA wordt geproduceerd door een leverancier die zich normaal bezighoudt met de productie van kunststof emmers en schalen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden