Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

DE: erkennen
NL: erkennen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
erkend

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik erken
jij erkent
hij erkent
wij erkennen
jullie erkennen
zij erkennen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb erkend
jij hebt erkend
hij heeft erkend
wij hebben erkend
jullie hebben erkend
zij hebben erkend

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik erkende
jij erkende
hij erkende
wij erkenden
jullie erkenden
zij erkenden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had erkend
jij had erkend
hij had erkend
wij hadden erkend
jullie hadden erkend
zij hadden erkend

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal erkennen
jij zult erkennen
hij zal erkennen
wij zullen erkennen
jullie zullen erkennen
zij zullen erkennen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal erkend hebben
jij zult erkend hebben
hij zal erkend hebben
wij zullen erkend hebben
jullie zullen erkend hebben
zij zullen erkend hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou erkennen
jij zou erkennen
hij zou erkennen
wij zouden erkennen
jullie zouden erkennen
zij zouden erkennen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou erkend hebben
jij zou erkend hebben
hij zou erkend hebben
wij zouden erkend hebben
jullie zouden erkend hebben
zij zouden erkend hebben

Gebiedende wijs
erken

Aanvoegende wijs
erkenne

Voorbeelden

  1. Erken de creator.
    Admit the creator.
  2. Erken mij, Senator?
    Recognize me, Senator?
  3. Ik erken geen koning.
    I don 't recognize any king.
  4. Ik erken mijn fouten.
    I recognized the error of my ways.
  5. Ik erken jullie niet.
    I don 't acknowledge you.
  6. Ik erken uw talenten.
    I fully recognize your talents
  7. Erken je me niet?
    Don 't you recognize me?
  8. Ik erken voordat u...
    I acknowledge... before you.
  9. O' Brien, erken het
    O 'Brien, acknowledge.
  10. En erken met elke ademtocht
    Confessing with every breath


DE: erkennen    Vertaal    Voorbeelden    Synoniemen
Partizip Perfekt & Präsens
erkannt
erkennend

Indikativ Präsens
ich erkenne
du erkennst
er erkennt
wir erkennen
ihr erkennt
sie; Sie erkennen

Indikativ Perfekt
ich habe erkannt
du hast erkannt
er hat erkannt
wir haben erkannt
ihr habt erkannt
sie; Sie haben erkannt

Indikativ Präteritum
ich erkannte
du erkanntest
er erkannte
wir erkannten
ihr erkanntet
sie; Sie erkannten

Indikativ Plusquamperfekt
ich hatte erkannt
du hattest erkannt
er hatte erkannt
wir hatten erkannt
ihr hattet erkannt
sie; Sie hatten erkannt

Indikativ Futur I
ich werde erkennen
du wirst erkennen
er wird erkennen
wir werden erkennen
ihr werdet erkennen
sie; Sie werden erkennen

Indikativ Futur II
ich werde erkannt haben
du wirst erkannt haben
er wird erkannt haben
wir werden erkannt haben
ihr werdet erkannt haben
sie; Sie werden erkannt haben

Konjunktiv I Präsens
ich erkenne
du erkennest
er erkenne
wir erkennen
ihr erkennet
sie; Sie erkennen

Konjunktiv I Perfekt
ich habe erkannt
du habest erkannt
er habe erkannt
wir haben erkannt
ihr habet erkannt
sie; Sie haben erkannt

Konjunktiv II Präsens
ich erkennte
du erkenntest
er erkennte
wir erkennten
ihr erkenntet
sie; Sie erkennten

Konjunktiv II Perfekt
ich hätte erkannt
du hättest erkannt
er hätte erkannt
wir hätten erkannt
ihr hättet erkannt
sie; Sie hätten erkannt

Konjunktiv II Futur I
ich würde erkennen
du würdest erkennen
er würde erkennen
wir würden erkennen
ihr würdet erkennen
sie; Sie würden erkennen

Konjunktiv II Futur II
ich würde erkannt haben
du würdest erkannt haben
er würde erkannt haben
wir würden erkannt haben
ihr würdet erkannt haben
sie; Sie würden erkannt haben

der Imperativ
du erkenne


Voorbeelden

  1. Woran erkenn ich die?
    Hoe kan ik ze herkennen?
  2. Erkenn ihn an, verdammt!
    Erken hem, verdorie.
  3. Ich erkenn dich nicht wieder.
    Ik herken je niet meer.
  4. Die erkenn ich schon meilenweit.
    Ik zie' t op mijlen afstand.
  5. Thraker erkenn ich sofort. Ihr stinkt wie Schweine.
    Ik herken Thraciers altijd, aan de stank.
  6. Und nach einer Weile erkenn ich die Schönheit in mir.
    Na enige tijd daar zal ik begrijpen hoe mooi ik zelf ben.
  7. Erkennen Sie das?
    Herken je dit nog?
  8. Erkennen Sie dies?
    Komt dit bekend voor?
  9. Erkennen Sie jemanden?
    Herken je iemand?
  10. Erkennen Sie das?
    Weet je wat dat is?

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden