Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 25 dialectwoorden voor `traag`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : onderwijzer (45x) : niets (81x) : big (81x) : wandelen (87x) : garen (36x) : parelhoen (41x) : maat (24x) : hoe gaat het (33x) : fotograaf (37x) : lolly (51x)



26 vertalingen voor het Nederlandse woord `traag`

  1. traag = droa (Epers)
  2. traag = lansem (Bilzers)
  3. traag = traog (Venloos)
  4. traag = traog (Budels)
  5. traag = troag (Twents)
  6. traag = traog; langzaam (Drents)
  7. traag = traoge (Zeeuws)
  8. traag = traohe (Zeeuws)
  9. traag = træg (Schevenings)
  10. traag = troechelen (Aalsters)
  11. traag = laansem (Riemsts)
  12. traag = troage (Gents)
  13. traag = langksaam (Kinroois)
  14. traag = a slekkegengske (Bilzers)
  15. traag = droa (Bathmens)
  16. traag = op jins alve-en-tritichst (Fries)
  17. traag = trèig (Lebbeeks)
  18. Traag = Traog (Liemers)
  19. traag = treig (Nieuwerkerks)
  20. traag = lans (Munsterbilzen - Minsters)
  21. traag = trèig (Meers)
  22. traag = traug (Wichels)
  23. traag = troag (Genker)
  24. traag = traog (Hamonter)
  25. traag = traog (bn) (Heitsers)
  26. traag = traog (Tegels)