Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 25 dialectwoorden voor `levendig`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : salade (24x) : straathond (24x) : rammeling (24x) : sabbelen (22x) : zweep (79x) : boor (22x) : hoor (28x) : verdrinken (32x) : luidspreker (21x) : kaal hoofd (24x)



28 vertalingen voor het Nederlandse woord `levendig`

  1. levendig = kiebig (Horster)
  2. levendig = doendig, vievig (Kortemarks)
  3. levendig = laeventig (Venloos)
  4. levendig = leev'mteg (Westerkwartiers)
  5. levendig = pertig (Brakels)
  6. levendig = vief (Antwerps)
  7. levendig = l' bendig (Kinroois)
  8. levendig = wierig (Diems)
  9. levendig = vief (Sint-Niklaas)
  10. levendig = laeveteg (Bilzers)
  11. levendig = vief (Bilzers)
  12. levendig = kevie, hortig: lèèvetig (Genker)
  13. levendig = laeventjig (Kinroois)
  14. levendig = leemdig (Sallands)
  15. levendig = vievig, vievetig (Steins)
  16. levendig = lèèvendeg (Tilburgs)
  17. levendig = viveg, vivanteg (Gents)
  18. levendig = vief (Brakels (gld))
  19. Levendig = Reureg (Zaans)
  20. Levendig = Laevedeg (Liemers)
  21. levendig = léövedig / léövetig (Stals)
  22. levendig = drok (Westerkwartiers)
  23. levendig = laevëtig (Munsterbilzen - Minsters)
  24. levendig = flokker (Roermonds)
  25. levendig = vief (Wichels)
  26. levendig = leavendig of lebendig (Berg en Terblijts)
  27. levendig = vievug (Kaprijks)
  28. levendig = laevendjig (bn) (Heitsers)