Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: zwijgen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gezwegen

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik zwijg
jij zwijgt
hij zwijgt
wij zwijgen
jullie zwijgen
zij zwijgen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gezwegen
jij hebt gezwegen
hij heeft gezwegen
wij hebben gezwegen
jullie hebben gezwegen
zij hebben gezwegen

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik zweeg
jij zweeg
hij zweeg
wij zwegen
jullie zwegen
zij zwegen

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gezwegen
jij had gezwegen
hij had gezwegen
wij hadden gezwegen
jullie hadden gezwegen
zij hadden gezwegen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal zwijgen
jij zult zwijgen
hij zal zwijgen
wij zullen zwijgen
jullie zullen zwijgen
zij zullen zwijgen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gezwegen hebben
jij zult gezwegen hebben
hij zal gezwegen hebben
wij zullen gezwegen hebben
jullie zullen gezwegen hebben
zij zullen gezwegen hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou zwijgen
jij zou zwijgen
hij zou zwijgen
wij zouden zwijgen
jullie zouden zwijgen
zij zouden zwijgen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gezwegen hebben
jij zou gezwegen hebben
hij zou gezwegen hebben
wij zouden gezwegen hebben
jullie zouden gezwegen hebben
zij zouden gezwegen hebben

Gebiedende wijs
zwijg

Aanvoegende wijs
zwijge

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden