Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: toe-eigenen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
toegeëigend

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik eigen toe
jij eigent toe
hij eigent toe
wij eigenen toe
jullie eigenen toe
zij eigenen toe

Tegenwoordige tijd, bijzinsvolgorde
dat ik toeeigen
dat jij toeeigent
dat hij toeeigent
dat wij toeeigenen
dat jullie toeeigenen
dat zij toeeigenen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb toegeëigend
jij hebt toegeëigend
hij heeft toegeëigend
wij hebben toegeëigend
jullie hebben toegeëigend
zij hebben toegeëigend

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik eigende toe
jij eigende toe
hij eigende toe
wij eigenden toe
jullie eigenden toe
zij eigenden toe

Verleden tijd, bijzinsvolgorde
dat ik toeeigende
dat jij toeeigende
dat hij toeeigende
dat wij toeeigenden
dat jullie toeeigenden
dat zij toeeigenden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had toegeëigend
jij had toegeëigend
hij had toegeëigend
wij hadden toegeëigend
jullie hadden toegeëigend
zij hadden toegeëigend

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal toe-eigenen
jij zult toe-eigenen
hij zal toe-eigenen
wij zullen toe-eigenen
jullie zullen toe-eigenen
zij zullen toe-eigenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal toegeëigend hebben
jij zult toegeëigend hebben
hij zal toegeëigend hebben
wij zullen toegeëigend hebben
jullie zullen toegeëigend hebben
zij zullen toegeëigend hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou toe-eigenen
jij zou toe-eigenen
hij zou toe-eigenen
wij zouden toe-eigenen
jullie zouden toe-eigenen
zij zouden toe-eigenen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou toegeëigend hebben
jij zou toegeëigend hebben
hij zou toegeëigend hebben
wij zouden toegeëigend hebben
jullie zouden toegeëigend hebben
zij zouden toegeëigend hebben

Gebiedende wijs
eigen toe

Aanvoegende wijs
toe-eigene

Voorbeelden

  1. Opnieuw toe-eigenen van fondsen.
    Re-appropriating funds.
  2. Maar je staat ze ook in je eigen toe.
    But you also allow them into your own.
  3. We moeten het vinden en het ons toe-eigenen.
    We need to find and usurp that negative.
  4. Armoedzaaiers die van alles monopoliseren en zich toe-eigenen.
    Those beggars in new clothes who monopolise and stockpile goods.
  5. We zouden daar boven moeten zijn, tussen de sterren, en ons die toe eigenen.
    We should be up there, among the stars, claiming them for our own.
  6. Hoe meer we ons tegen hem keren, hoe meer land hij zich zal toe-eigenen.
    The more we move against him, the more land he 's going to take.
  7. Nou, er is een gevaar dat onze residents naar zich toe eigenen door een enkele attending.
    Well, there 's a danger that our residents are being monopolized by a single attending.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden