Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

DE: testen
NL: testen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
getest

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik test
jij test
hij test
wij testen
jullie testen
zij testen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb getest
jij hebt getest
hij heeft getest
wij hebben getest
jullie hebben getest
zij hebben getest

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik testte
jij testte
hij testte
wij testten
jullie testten
zij testten

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had getest
jij had getest
hij had getest
wij hadden getest
jullie hadden getest
zij hadden getest

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal testen
jij zult testen
hij zal testen
wij zullen testen
jullie zullen testen
zij zullen testen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal getest hebben
jij zult getest hebben
hij zal getest hebben
wij zullen getest hebben
jullie zullen getest hebben
zij zullen getest hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou testen
jij zou testen
hij zou testen
wij zouden testen
jullie zouden testen
zij zouden testen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou getest hebben
jij zou getest hebben
hij zou getest hebben
wij zouden getest hebben
jullie zouden getest hebben
zij zouden getest hebben

Gebiedende wijs
test

Aanvoegende wijs
teste


DE: testen    Vertaal    Voorbeelden    Synoniemen
Partizip Perfekt & Präsens
getestet
testend

Indikativ Präsens
ich teste
du testest
er testet
wir testen
ihr testet
sie; Sie testen

Indikativ Perfekt
ich habe getestet
du hast getestet
er hat getestet
wir haben getestet
ihr habt getestet
sie; Sie haben getestet

Indikativ Präteritum
ich testete
du testetest
er testete
wir testeten
ihr testetet
sie; Sie testeten

Indikativ Plusquamperfekt
ich hatte getestet
du hattest getestet
er hatte getestet
wir hatten getestet
ihr hattet getestet
sie; Sie hatten getestet

Indikativ Futur I
ich werde testen
du wirst testen
er wird testen
wir werden testen
ihr werdet testen
sie; Sie werden testen

Indikativ Futur II
ich werde getestet haben
du wirst getestet haben
er wird getestet haben
wir werden getestet haben
ihr werdet getestet haben
sie; Sie werden getestet haben

Konjunktiv I Präsens
ich teste
du testest
er teste
wir testen
ihr testet
sie; Sie testen

Konjunktiv I Perfekt
ich habe getestet
du habest getestet
er habe getestet
wir haben getestet
ihr habet getestet
sie; Sie haben getestet

Konjunktiv II Präsens
ich testete
du testetest
er testete
wir testeten
ihr testetet
sie; Sie testeten

Konjunktiv II Perfekt
ich hätte getestet
du hättest getestet
er hätte getestet
wir hätten getestet
ihr hättet getestet
sie; Sie hätten getestet

Konjunktiv II Futur I
ich würde testen
du würdest testen
er würde testen
wir würden testen
ihr würdet testen
sie; Sie würden testen

Konjunktiv II Futur II
ich würde getestet haben
du würdest getestet haben
er würde getestet haben
wir würden getestet haben
ihr würdet getestet haben
sie; Sie würden getestet haben

der Imperativ
du teste


Voorbeelden

  1. Testen Sie den Ausdruck eines Thalys-Fahrscheins
    Doe de test: Print een Thalys ticket
  2. Wir testen zur Zeit diesen neuen Service
    Wij testen momenteel deze nieuwe dienst
  3. Dort ist alles zu manipulieren, zu testen und zu berühren
    Alles is er te manipuleren, te testen en aan te raken
  4. IKEA beginnt damit, seine Produkte mithilfe von schwedischen Teststandards auf Qualität zu testen
    IKEA gaat producten testen aan de hand van Zweedse normen
  5. Testen Sie Ihre Sehfähigkeit oder lassen Sie sich begeistern von Hologrammen und ihrer scheinbaren Dreidimensionalität
    Test uw gezichtsvermogen of bewonder de hologrammen met hun schijnbare driedimensionaliteit
  6. Wir testen hier ein Glyzeryl-Trioleat, als industrielles Schmiermittel.
    We testen net 'n glycerol trioleaat als industrieel smeermiddel.
  7. Ein Monat ist zu lange. Wir könnten mein Blut jede Woche testen
    Een maand is te lang. Als we mijn bloed elke week testen
  8. Michaela, ich will keinen Streit. Wir dürfen es nicht an dir testen.
    Geen discussies. Jij kunt 't niet testen. Je moet gezond zijn voor Lorenzo.
  9. Und die bekommen wir nur, wenn wir gründlich testen.
    En die krijgen we alleen door grondig te testen.
  10. Sollten wir finanziert werden, könnten wir es an höheren Tieren testen.
    Als we dit kunnen financieren, zou 't voor 't eerst bij hogere dieren zijn.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden