Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: spenden
DE: spenden    Vertaal    Voorbeelden    Synoniemen
Partizip Perfekt & Präsens
gespendet
spendend

Indikativ Präsens
ich spende
du spendest
er spendet
wir spenden
ihr spendet
sie; Sie spenden

Indikativ Perfekt
ich bin gespendet
du hast gespendet
er hat gespendet
wir haben gespendet
ihr habt gespendet
sie; Sie haben gespendet

Indikativ Präteritum
ich spendete
du spendetest
er spendete
wir spendeten
ihr spendetet
sie; Sie spendeten

Indikativ Plusquamperfekt
ich war gespendet
du hattest gespendet
er hatte gespendet
wir hatten gespendet
ihr hattet gespendet
sie; Sie hatten gespendet

Indikativ Futur I
ich werde spenden
du wirst spenden
er wird spenden
wir werden spenden
ihr werdet spenden
sie; Sie werden spenden

Indikativ Futur II
ich werde gespendet haben
du wirst gespendet haben
er wird gespendet haben
wir werden gespendet haben
ihr werdet gespendet haben
sie; Sie werden gespendet haben

Konjunktiv I Präsens
ich spende
du spendest
er spende
wir spenden
ihr spendet
sie; Sie spenden

Konjunktiv I Perfekt
ich habe gespendet ; sei gespendet
du habest gespendet
er habe gespendet
wir haben gespendet
ihr habet gespendet
sie; Sie haben gespendet

Konjunktiv II Präsens
ich spendete
du spendetest
er spendete
wir spendeten
ihr spendetet
sie; Sie spendeten

Konjunktiv II Perfekt
ich hätte gespendet
du hättest gespendet
er hätte gespendet
wir hätten gespendet
ihr hättet gespendet
sie; Sie hätten gespendet

Konjunktiv II Futur I
ich würde spenden
du würdest spenden
er würde spenden
wir würden spenden
ihr würdet spenden
sie; Sie würden spenden

Konjunktiv II Futur II
ich würde gespendet sein
du würdest gespendet haben
er würde gespendet haben
wir würden gespendet haben
ihr würdet gespendet haben
sie; Sie würden gespendet haben

der Imperativ
du spende


Voorbeelden

  1. Er spendiert ihr einen Apfelsaft
    Hij trakteert haar op appelsap
  2. IKEA spendet Bettdecken an Erdbebenopfer in Pakistan
    IKEA Groep schenkt dekbedden aan slachtoffers aardbeving
  3. ... und eine bewölkte Atmosphäre, die Fruchtbarkeit spendete.
    en een wolkenrijke atmosfeer, die van vruchtbaarheld sprak.
  4. Spendiert denn niemand einen Drink auf diesen großartigen Erfolg?
    Geeft niemand een rondje voor dit succes?
  5. lch würde die Hälfte gemeinnützig spenden.
    lk zou de helft aan 't goede doel geven.
  6. ...würde ich nicht nur was spenden,
    ...zou ik niet alleen iets teruggeven aan de buurt...


NL: spenden

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gespend

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik spend
jij spendt
hij spendt
wij spenden
jullie spenden
zij spenden

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gespend
jij hebt gespend
hij heeft gespend
wij hebben gespend
jullie hebben gespend
zij hebben gespend

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik spendde
jij spendde
hij spendde
wij spendden
jullie spendden
zij spendden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gespend
jij had gespend
hij had gespend
wij hadden gespend
jullie hadden gespend
zij hadden gespend

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal spenden
jij zult spenden
hij zal spenden
wij zullen spenden
jullie zullen spenden
zij zullen spenden

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gespend hebben
jij zult gespend hebben
hij zal gespend hebben
wij zullen gespend hebben
jullie zullen gespend hebben
zij zullen gespend hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou spenden
jij zou spenden
hij zou spenden
wij zouden spenden
jullie zouden spenden
zij zouden spenden

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gespend hebben
jij zou gespend hebben
hij zou gespend hebben
wij zouden gespend hebben
jullie zouden gespend hebben
zij zouden gespend hebben

Gebiedende wijs
spend

Aanvoegende wijs
spende

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden