Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: parasiteren

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
geparasiteerd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik parasiteer
jij parasiteert
hij parasiteert
wij parasiteren
jullie parasiteren
zij parasiteren

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb geparasiteerd
jij hebt geparasiteerd
hij heeft geparasiteerd
wij hebben geparasiteerd
jullie hebben geparasiteerd
zij hebben geparasiteerd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik parasiteerde
jij parasiteerde
hij parasiteerde
wij parasiteerden
jullie parasiteerden
zij parasiteerden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had geparasiteerd
jij had geparasiteerd
hij had geparasiteerd
wij hadden geparasiteerd
jullie hadden geparasiteerd
zij hadden geparasiteerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal parasiteren
jij zult parasiteren
hij zal parasiteren
wij zullen parasiteren
jullie zullen parasiteren
zij zullen parasiteren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal geparasiteerd hebben
jij zult geparasiteerd hebben
hij zal geparasiteerd hebben
wij zullen geparasiteerd hebben
jullie zullen geparasiteerd hebben
zij zullen geparasiteerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou parasiteren
jij zou parasiteren
hij zou parasiteren
wij zouden parasiteren
jullie zouden parasiteren
zij zouden parasiteren

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou geparasiteerd hebben
jij zou geparasiteerd hebben
hij zou geparasiteerd hebben
wij zouden geparasiteerd hebben
jullie zouden geparasiteerd hebben
zij zouden geparasiteerd hebben

Gebiedende wijs
parasiteer

Aanvoegende wijs
parasitere

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden