Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: omgooien

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
omgegooid

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik gooi om
jij gooit om
hij gooit om
wij gooien om
jullie gooien om
zij gooien om

Tegenwoordige tijd, bijzinsvolgorde
dat ik omgooi
dat jij omgooit
dat hij omgooit
dat wij omgooien
dat jullie omgooien
dat zij omgooien

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb omgegooid
jij hebt omgegooid
hij heeft omgegooid
wij hebben omgegooid
jullie hebben omgegooid
zij hebben omgegooid

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik gooide om
jij gooide om
hij gooide om
wij gooiden om
jullie gooiden om
zij gooiden om

Verleden tijd, bijzinsvolgorde
dat ik omgooide
dat jij omgooide
dat hij omgooide
dat wij omgooiden
dat jullie omgooiden
dat zij omgooiden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had omgegooid
jij had omgegooid
hij had omgegooid
wij hadden omgegooid
jullie hadden omgegooid
zij hadden omgegooid

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal omgooien
jij zult omgooien
hij zal omgooien
wij zullen omgooien
jullie zullen omgooien
zij zullen omgooien

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal omgegooid hebben
jij zult omgegooid hebben
hij zal omgegooid hebben
wij zullen omgegooid hebben
jullie zullen omgegooid hebben
zij zullen omgegooid hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou omgooien
jij zou omgooien
hij zou omgooien
wij zouden omgooien
jullie zouden omgooien
zij zouden omgooien

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou omgegooid hebben
jij zou omgegooid hebben
hij zou omgegooid hebben
wij zouden omgegooid hebben
jullie zouden omgegooid hebben
zij zouden omgegooid hebben

Gebiedende wijs
gooi om

Aanvoegende wijs
omgooie

Voorbeelden

  1. De composthoop omgooien.
    Digging the compost heap.
  2. Kun je dat omgooien?
    Can you get them to reschedule?
  3. = = Heb je het omgooien?
    Did you knock it over?
  4. Ze zal hem omgooien.
    She 's gonna knock it over.
  5. Ik moet mijn leven omgooien!
    I got to change my life!
  6. Je moet je hele filosofie omgooien.
    You have to reconsider your philosophy.
  7. Ik zou graag de facturatie omgooien.
    What I 'd like to do is trade out the invoicing structure.
  8. We moeten alles omgooien, vanavond nog!
    We need a game-changer, tonight!
  9. Je smokkelt cocaïne, geen koeien omgooien.
    You 're smuggling cocaine, not tipping cows.
  10. Het een en ander omgooien kan geen kwaad.
    You have to rock the boat sometimes.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden