Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

DE: merken
NL: merken

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gemerkt

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik merk
jij merkt
hij merkt
wij merken
jullie merken
zij merken

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gemerkt
jij hebt gemerkt
hij heeft gemerkt
wij hebben gemerkt
jullie hebben gemerkt
zij hebben gemerkt

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik merkte
jij merkte
hij merkte
wij merkten
jullie merkten
zij merkten

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gemerkt
jij had gemerkt
hij had gemerkt
wij hadden gemerkt
jullie hadden gemerkt
zij hadden gemerkt

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal merken
jij zult merken
hij zal merken
wij zullen merken
jullie zullen merken
zij zullen merken

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gemerkt hebben
jij zult gemerkt hebben
hij zal gemerkt hebben
wij zullen gemerkt hebben
jullie zullen gemerkt hebben
zij zullen gemerkt hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou merken
jij zou merken
hij zou merken
wij zouden merken
jullie zouden merken
zij zouden merken

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gemerkt hebben
jij zou gemerkt hebben
hij zou gemerkt hebben
wij zouden gemerkt hebben
jullie zouden gemerkt hebben
zij zouden gemerkt hebben

Gebiedende wijs
merk

Aanvoegende wijs
merke


DE: merken    Vertaal    Voorbeelden    Synoniemen
Partizip Perfekt & Präsens
gemerkt
merkend

Indikativ Präsens
ich merke
du merkst
er merkt
wir merken
ihr merkt
sie; Sie merken

Indikativ Perfekt
ich habe gemerkt
du hast gemerkt
er hat gemerkt
wir haben gemerkt
ihr habt gemerkt
sie; Sie haben gemerkt

Indikativ Präteritum
ich merkte
du merktest
er merkte
wir merkten
ihr merktet
sie; Sie merkten

Indikativ Plusquamperfekt
ich hatte gemerkt
du hattest gemerkt
er hatte gemerkt
wir hatten gemerkt
ihr hattet gemerkt
sie; Sie hatten gemerkt

Indikativ Futur I
ich werde merken
du wirst merken
er wird merken
wir werden merken
ihr werdet merken
sie; Sie werden merken

Indikativ Futur II
ich werde gemerkt haben
du wirst gemerkt haben
er wird gemerkt haben
wir werden gemerkt haben
ihr werdet gemerkt haben
sie; Sie werden gemerkt haben

Konjunktiv I Präsens
ich merke
du merkest
er merke
wir merken
ihr merket
sie; Sie merken

Konjunktiv I Perfekt
ich habe gemerkt
du habest gemerkt
er habe gemerkt
wir haben gemerkt
ihr habet gemerkt
sie; Sie haben gemerkt

Konjunktiv II Präsens
ich merkte
du merktest
er merkte
wir merkten
ihr merktet
sie; Sie merkten

Konjunktiv II Perfekt
ich hätte gemerkt
du hättest gemerkt
er hätte gemerkt
wir hätten gemerkt
ihr hättet gemerkt
sie; Sie hätten gemerkt

Konjunktiv II Futur I
ich würde merken
du würdest merken
er würde merken
wir würden merken
ihr würdet merken
sie; Sie würden merken

Konjunktiv II Futur II
ich würde gemerkt haben
du würdest gemerkt haben
er würde gemerkt haben
wir würden gemerkt haben
ihr würdet gemerkt haben
sie; Sie würden gemerkt haben

der Imperativ
du merke


Voorbeelden

  1. Außer unangenehmen Blicken wegen meines Kopftuches merke ich zum Glück nicht viel davon
    Buiten onaangename blikken wegens mijn hoofddoek merk ik daar gelukkig niet veel van
  2. Er ist ein bisschen merkwürdug
    Hij is een beetje raar
  3. Sehr merkwürdig
    Vreemd
  4. Der merkwürdige Tod von Mrs. Ruby Deagle...
    De vreemde dood van Mrs. Deagle, weduwe van...
  5. So ein merkwürdiger Zufall, dass ich ausgerechnet heute eine bekam.
    Wat een toeval dat ik er nu zelf een krijg.
  6. Ein merkwürdiger Zufall. Obwohl es eine nahe liegende Erklärung gibt.
    Wat een toeval. Alhoewel het natuurlijk verklaarbaar is.
  7. Dieses Land soll merken, dass wir am Rande der Auslöschung stehen.
    Men moet beseffen dat de ondergang dreigt.
  8. Doch etwas war merkwürdig.
    Maar het gaf me een vreemd gevoel.
  9. Es war merkwürdig, überall dein Gesicht zu sehen.
    Het was bizar om overal jouw gezicht te zien.
  10. - Verstehe. - Ich merke, dass ich...
    Ik voel dat ik er klaar voor ben.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden