Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: meanderen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gemeanderd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik meander
jij meandert
hij meandert
wij meanderen
jullie meanderen
zij meanderen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gemeanderd
jij hebt gemeanderd
hij heeft gemeanderd
wij hebben gemeanderd
jullie hebben gemeanderd
zij hebben gemeanderd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik meanderde
jij meanderde
hij meanderde
wij meanderden
jullie meanderden
zij meanderden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gemeanderd
jij had gemeanderd
hij had gemeanderd
wij hadden gemeanderd
jullie hadden gemeanderd
zij hadden gemeanderd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal meanderen
jij zult meanderen
hij zal meanderen
wij zullen meanderen
jullie zullen meanderen
zij zullen meanderen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gemeanderd hebben
jij zult gemeanderd hebben
hij zal gemeanderd hebben
wij zullen gemeanderd hebben
jullie zullen gemeanderd hebben
zij zullen gemeanderd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou meanderen
jij zou meanderen
hij zou meanderen
wij zouden meanderen
jullie zouden meanderen
zij zouden meanderen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gemeanderd hebben
jij zou gemeanderd hebben
hij zou gemeanderd hebben
wij zouden gemeanderd hebben
jullie zouden gemeanderd hebben
zij zouden gemeanderd hebben

Gebiedende wijs
meander

Aanvoegende wijs
meandere

Voorbeelden

  1. meander
    meander
  2. Ik zou Peavey Meander heten.
    I would be Peavey Meander.
  3. Ik zal u en Sadie te nemen op een kleine meander.
    I 'm taking you and Sadie on a little meander.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden