Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: maskeren

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gemaskeerd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik maskeer
jij maskeert
hij maskeert
wij maskeren
jullie maskeren
zij maskeren

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gemaskeerd
jij hebt gemaskeerd
hij heeft gemaskeerd
wij hebben gemaskeerd
jullie hebben gemaskeerd
zij hebben gemaskeerd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik maskeerde
jij maskeerde
hij maskeerde
wij maskeerden
jullie maskeerden
zij maskeerden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gemaskeerd
jij had gemaskeerd
hij had gemaskeerd
wij hadden gemaskeerd
jullie hadden gemaskeerd
zij hadden gemaskeerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal maskeren
jij zult maskeren
hij zal maskeren
wij zullen maskeren
jullie zullen maskeren
zij zullen maskeren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gemaskeerd hebben
jij zult gemaskeerd hebben
hij zal gemaskeerd hebben
wij zullen gemaskeerd hebben
jullie zullen gemaskeerd hebben
zij zullen gemaskeerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou maskeren
jij zou maskeren
hij zou maskeren
wij zouden maskeren
jullie zouden maskeren
zij zouden maskeren

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gemaskeerd hebben
jij zou gemaskeerd hebben
hij zou gemaskeerd hebben
wij zouden gemaskeerd hebben
jullie zouden gemaskeerd hebben
zij zouden gemaskeerd hebben

Gebiedende wijs
maskeer

Aanvoegende wijs
maskere

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden