Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: gewennen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gewend

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik gewen
jij gewent
hij gewent
wij gewennen
jullie gewennen
zij gewennen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gewend
jij hebt gewend
hij heeft gewend
wij hebben gewend
jullie hebben gewend
zij hebben gewend

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik gewende
jij gewende
hij gewende
wij gewenden
jullie gewenden
zij gewenden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gewend
jij had gewend
hij had gewend
wij hadden gewend
jullie hadden gewend
zij hadden gewend

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal gewennen
jij zult gewennen
hij zal gewennen
wij zullen gewennen
jullie zullen gewennen
zij zullen gewennen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gewend hebben
jij zult gewend hebben
hij zal gewend hebben
wij zullen gewend hebben
jullie zullen gewend hebben
zij zullen gewend hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou gewennen
jij zou gewennen
hij zou gewennen
wij zouden gewennen
jullie zouden gewennen
zij zouden gewennen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gewend hebben
jij zou gewend hebben
hij zou gewend hebben
wij zouden gewend hebben
jullie zouden gewend hebben
zij zouden gewend hebben

Gebiedende wijs
gewen

Aanvoegende wijs
gewenne

Voorbeelden

  1. Jawel, onze Süss gaat hem een pak geld gewen.
    Oh yes, our Suss will give him a lot of money.
  2. Het zal even duren om dit gewennen.
    It 's gonna take a while to get used to being on my own.
  3. Um Ik zou het niet aanraden hem te laten gewennen aan je borsten, schat.
    Um I wouldn 't recommend letting him get used to your breasts, dear.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden