Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: concluderen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
geconcludeerd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik concludeer
jij concludeert
hij concludeert
wij concluderen
jullie concluderen
zij concluderen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb geconcludeerd
jij hebt geconcludeerd
hij heeft geconcludeerd
wij hebben geconcludeerd
jullie hebben geconcludeerd
zij hebben geconcludeerd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik concludeerde
jij concludeerde
hij concludeerde
wij concludeerden
jullie concludeerden
zij concludeerden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had geconcludeerd
jij had geconcludeerd
hij had geconcludeerd
wij hadden geconcludeerd
jullie hadden geconcludeerd
zij hadden geconcludeerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal concluderen
jij zult concluderen
hij zal concluderen
wij zullen concluderen
jullie zullen concluderen
zij zullen concluderen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal geconcludeerd hebben
jij zult geconcludeerd hebben
hij zal geconcludeerd hebben
wij zullen geconcludeerd hebben
jullie zullen geconcludeerd hebben
zij zullen geconcludeerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou concluderen
jij zou concluderen
hij zou concluderen
wij zouden concluderen
jullie zouden concluderen
zij zouden concluderen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou geconcludeerd hebben
jij zou geconcludeerd hebben
hij zou geconcludeerd hebben
wij zouden geconcludeerd hebben
jullie zouden geconcludeerd hebben
zij zouden geconcludeerd hebben

Gebiedende wijs
concludeer

Aanvoegende wijs
concludere

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden