Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: componeren

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gecomponeerd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik componeer
jij componeert
hij componeert
wij componeren
jullie componeren
zij componeren

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gecomponeerd
jij hebt gecomponeerd
hij heeft gecomponeerd
wij hebben gecomponeerd
jullie hebben gecomponeerd
zij hebben gecomponeerd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik componeerde
jij componeerde
hij componeerde
wij componeerden
jullie componeerden
zij componeerden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gecomponeerd
jij had gecomponeerd
hij had gecomponeerd
wij hadden gecomponeerd
jullie hadden gecomponeerd
zij hadden gecomponeerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal componeren
jij zult componeren
hij zal componeren
wij zullen componeren
jullie zullen componeren
zij zullen componeren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gecomponeerd hebben
jij zult gecomponeerd hebben
hij zal gecomponeerd hebben
wij zullen gecomponeerd hebben
jullie zullen gecomponeerd hebben
zij zullen gecomponeerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou componeren
jij zou componeren
hij zou componeren
wij zouden componeren
jullie zouden componeren
zij zouden componeren

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gecomponeerd hebben
jij zou gecomponeerd hebben
hij zou gecomponeerd hebben
wij zouden gecomponeerd hebben
jullie zouden gecomponeerd hebben
zij zouden gecomponeerd hebben

Gebiedende wijs
componeer

Aanvoegende wijs
componere

Voorbeelden

  1. Ik componeer voor Beethoven.
    I 'm copying Beethoven.
  2. Iedere avond laat ik ze simpele deuntjes oefenen, die ik zelf componeer.
    Every night, I make them practice a simple tune I compose.
  3. Ik handel liever zelf de componeer klusjes af, maar ik kan wel een klankbord gebruiken.
    I 'd rather handle the composing chores myself, but I could use a sounding board.
  4. Je kan componeren.
    You know how to write music...
  5. Veel geluk met je componeren.
    Good luck with your composing.
  6. Helpen bloemen jou bij het componeren?
    Do flowers help you compose?
  7. Ik heb een brief te componeren.
    I have a letter to compose.
  8. Ik wou alleen mooie muziek componeren.
    All I wanted to do was write great music.
  9. Je moet jezelf componeren en zelfbewust blijven.
    You must compose oneself and remain conscious.
  10. Hij moet kunnen improviseren en muziek kunnen componeren.
    His livelihood depends on his ability to improvise and compose music.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden