Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: adresseren

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
geadresseerd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik adresseer
jij adresseert
hij adresseert
wij adresseren
jullie adresseren
zij adresseren

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb geadresseerd
jij hebt geadresseerd
hij heeft geadresseerd
wij hebben geadresseerd
jullie hebben geadresseerd
zij hebben geadresseerd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik adresseerde
jij adresseerde
hij adresseerde
wij adresseerden
jullie adresseerden
zij adresseerden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had geadresseerd
jij had geadresseerd
hij had geadresseerd
wij hadden geadresseerd
jullie hadden geadresseerd
zij hadden geadresseerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal adresseren
jij zult adresseren
hij zal adresseren
wij zullen adresseren
jullie zullen adresseren
zij zullen adresseren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal geadresseerd hebben
jij zult geadresseerd hebben
hij zal geadresseerd hebben
wij zullen geadresseerd hebben
jullie zullen geadresseerd hebben
zij zullen geadresseerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou adresseren
jij zou adresseren
hij zou adresseren
wij zouden adresseren
jullie zouden adresseren
zij zouden adresseren

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou geadresseerd hebben
jij zou geadresseerd hebben
hij zou geadresseerd hebben
wij zouden geadresseerd hebben
jullie zouden geadresseerd hebben
zij zouden geadresseerd hebben

Gebiedende wijs
adresseer

Aanvoegende wijs
adressere

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden