Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 23 dialectwoorden voor `varen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : januari (43x) : groeien (52x) : sloot (78x) : regelen (23x) : plassen (175x) : poot (44x) : mevrouw (26x) : big (81x) : peterselie (24x) : aarzelen (37x)



25 vertalingen voor het Nederlandse woord `varen`

  1. varen = veiren (Giesbaargs)
  2. varen = vere (Antwerps)
  3. varen = voar'n (Westerkwartiers)
  4. varen = vôare (Budels)
  5. varen = veïren (Moes)
  6. varen = vaorn (Zeeuws)
  7. Varen = Veire (Sint-Katelijne-Waver)
  8. varen = stôme (Schevenings)
  9. varen = vjeiren (Sint-Niklaas)
  10. varen = vôre (Hoeselts)
  11. varen = vaoren (Lunters)
  12. Varen = Voare (Geffes)
  13. varen = vaore (Kanners)
  14. Varen = Vaore (Zevenbergs)
  15. varen = veiren (Zwijndrechts)
  16. varen = vaore (Stals)
  17. Varen = Veire (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  18. Varen = Voar'n (Hierdens)
  19. varen = vaar'n (Hattems)
  20. varen = vèir'n (Lebbeeks)
  21. varen = veiren (Bevers)
  22. varen = voare: voar, viers, viert; voert; gevoare (Genker)
  23. varen = vaoren (Termeis)
  24. varen = veire (Brechts)
  25. varen = 'vaerie mann. mv. 'vaeries / 'vaeriets (oudenaards)


3 vertalingen voor het dialectwoord `varen`

  1. varen = rijden (met kruiwagen e.d.) (Astens)
  2. varen = wennen (Antwerps)
  3. varen = rijden (bijv. met kruiwagen) (Astens)