Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 21 dialectwoorden voor `steken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Pollepel (21x) : mantel (52x) : oud (107x) : mug (103x) : stoeprand (34x) : Bijvoorbeeld (28x) : stekker (23x) : erwt (52x) : pochen (24x) : ruien (32x)



23 vertalingen voor het Nederlandse woord `steken`

  1. steken = djoeken (Amsterdams)
  2. steken = peuteren (Neerpelts)
  3. steken = sjtaeke (Roermonds)
  4. steken = staeke (Bilzers)
  5. steken = steek'n (Westerkwartiers)
  6. steken = stèke (Boekels)
  7. steken = staeken (Sevenums)
  8. steken = sjtèëke (Eys)
  9. steken = stikken (Kerkdriels)
  10. steken = pieken, prikken (Sint-Niklaas)
  11. steken = staeke (Kinroois)
  12. steken = stekke (Fries)
  13. steken = stèèke (Kanners)
  14. steken = stoeppe (Munsterbilzen - Minsters)
  15. steken = stèku (Brakels (gld))
  16. steken = stoepe (Munsterbilzen - Minsters)
  17. steken = stekken (Poperings)
  18. steken = stèëke (nijswillers)
  19. steken = sjenken (Amsterdamse straattaal)
  20. steken = stèèke: stèèk, stiks, stikt; stoek; gestoeëke (Genker)
  21. steken = staeken (Aaltens)
  22. steken = staeke (ww) staok - gestaoke (Heitsers)
  23. steken = sjtaeke (Tegels)


2 vertalingen voor het dialectwoord `steken`

  1. stèken = betrappen (Brakels)
  2. steken = duwen (b.v. een fietser) (Lebbeeks)