Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 27 dialectwoorden voor `rennen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : ziekte (23x) : bal (35x) : armband (71x) : Wijf (38x) : slaan (148x) : elastiekje (60x) : bevallen (28x) : zaniken (36x) : populier (34x) : achterom (27x)



29 vertalingen voor het Nederlandse woord `rennen`

  1. rennen = wètte (Kinroois)
  2. rennen = haardloop' m (Westerkwartiers)
  3. rennen = renne (Leids)
  4. rennen = runnen, pielen, (Spakenburgs)
  5. rennen = vliegen, vleugen, evleugen, dor vligt ie (Urkers)
  6. rennen = runnen (Lunters)
  7. Rennen = 't aart afluopn (Eekloos)
  8. rennen = ronnen (Utrechts)
  9. rennen = loeëpe (Diesters)
  10. rennen = tirre (Weerts)
  11. rennen = gezze (Kinroois)
  12. rennen = sjneure (Kerkraads)
  13. rennen = Stiefelen (Zwols)
  14. Rennen = Tuinen (Amsterdams)
  15. rennen = spolle (Luyksgestels)
  16. rennen = geddel'n (Ninoofs)
  17. Rennen = Draafe (Amsterdams)
  18. rennen = stieffele (Venloos)
  19. rennen = gieëz'n (Lebbeeks)
  20. rennen = gadse (Munsterbilzen - Minsters)
  21. rennen = loeëpe (Waanroods)
  22. rennen = sjneúre (nijswillers)
  23. rennen = spiëten (Opwijks)
  24. Rennen = Neien (er tussenuut) (Hoogeveens)
  25. rennen = kettere (Roermonds)
  26. rennen = gedn (Kaprijks)
  27. rennen = sjneure (Sjeeter plat)
  28. rennen = desn (Kaprijks)
  29. rennen = lopen (Baronies)