Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 39 dialectwoorden voor `op stap gaan`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : auto (201x) : Nee (106x) : kelder (43x) : Verdwenen (24x) : Onze (37x) : huichelaar (23x) : Zand (49x) : vergeten (25x) : oude vrouw (56x) : aalbessen (63x)



32 vertalingen voor het Nederlandse woord `op stap gaan`

  1. op stap gaan = op de jo (e) ggel gon (Bilzers)
  2. op stap gaan = balkenere (Weerts)
  3. Op stap gaan = De hort op gaan (Zaans)
  4. op stap gaan = op gaank goan (Neerpelts)
  5. op stap gaan = op gank goan (Overpelts)
  6. op stap gaan = boemele -pinteliere (Antwerps)
  7. op stap gaan = op rëbot go'n (Hoeselts)
  8. op stap gaan = op de brats gon (Bilzers)
  9. op stap gaan = op de zjoegel gon (Bilzers)
  10. op stap gaan = bratse (Bilzers)
  11. op stap gaan = up radaï gon (Leuvens)
  12. op stap gaan = zjatse (Munsterbilzen - Minsters)
  13. op stap gaan = opte zjoegel gon (Munsterbilzen - Minsters)
  14. op stap gaan = op zjoegel gon (Munsterbilzen - Minsters)
  15. op stap gaan = de blumpkes gon baute zètte (Munsterbilzen - Minsters)
  16. op stap gaan = op rêep gòn (Tilburgs)
  17. op stap gaan = op sjanternèl gaon (Tilburgs)
  18. op stap gaan = opte lêpgon (Munsterbilzen - Minsters)
  19. op stap gaan = vwajazjiëre (Munsterbilzen - Minsters)
  20. op stap gaan = passagieren (Marine jargon (veelal Maleis))
  21. op stap gaan = gon bratse (Munsterbilzen - Minsters)
  22. op stap gaan = gon zwaddëre (Munsterbilzen - Minsters)
  23. op stap gaan = gon boemële (Munsterbilzen - Minsters)
  24. op stap gaan = sjoekële (Munsterbilzen - Minsters)
  25. op stap gaan = bratse (Waanroods)
  26. op stap gaan = roelieëre (Munsterbilzen - Minsters)
  27. op stap gaan = opte sjok goên (Munsterbilzen - Minsters)
  28. op stap gaan = jatsê (Munsterbilzen - Minsters)
  29. op stap gaan = opte zjoegel goên (Munsterbilzen - Minsters)
  30. op stap gaan = ritsbómmele, oppe zwadder (Kinroois)
  31. Op stap gaan = Bratsen (Heusdens)
  32. op stap gaan = jatse (Tegels)