Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 41 dialectwoorden voor `agent`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : onderhemdje (28x) : meester (63x) : aaien (30x) : noot (33x) : Ophouden (45x) : remmen (45x) : neef (69x) : oma (106x) : pannenkoek (54x) : naaimachine (26x)



48 vertalingen voor het Nederlandse woord `agent`

  1. agent = govie (Mestreechs)
  2. Agent = Jantje Matroos, smeris, wout, jute (Amsterdams)
  3. agent = poliesjemaan, sjampetter, azjent, (Aalsters)
  4. agent = smeris (Amsterdams)
  5. agent = beis (Gronings)
  6. agent = fliek, azjeint, azeint (Gents)
  7. agent = flik of wout (Turnhouts)
  8. agent = kit (Amsterdams)
  9. agent = plis (Bilzers)
  10. agent = sjampetter (Waaslands)
  11. agent = poppesnor (Amsterdams)
  12. agent = vliegende schotel (Amsterdams)
  13. agent = pliezzie (Drents)
  14. agent = Blahwe smurruf (Haags)
  15. agent = wout (helmonds)
  16. agent = pliessieman (Hulsters (NL))
  17. agent = fliek (Evergems)
  18. agent = sjampetter (Sint-Niklaas)
  19. agent = Wout (Arnhems)
  20. agent = juut (Arnhems)
  21. agent = wâht (Haags)
  22. Agent = smeris, kit, blauwpet (Amsterdams)
  23. agent = azjent, sjampetter (Denderleeuws)
  24. agent = sjenderm (Arendonks)
  25. agent = wout (Bosch)
  26. agent = pliessieman, pliessie (Nieuwkuijks)
  27. agent = azèn (Harelbeeks)
  28. agent = z (j) ampètre (Harelbeeks)
  29. agent = snor (Amsterdams)
  30. Agent = Wout (brabants)
  31. agent = zjenderm (Aarschots)
  32. agent = flik (Wolvertems)
  33. agent = sjendeirm (Brechts)
  34. Agent = Zjandeirem (Schunnebroecks)
  35. agent = sjandárm (nijswillers)
  36. agent = azjent / nen smurf da stampe hijt gekrege (Lenniks)
  37. Agent = Pellis (Spalbeeks)
  38. agent = pelis: pelisse, peliske (Genker)
  39. agent = grander (Rotterdams)
  40. agent = jut (R'dam Noord) (Rotterdams)
  41. Agent = Juut (R'dam Zuid) (Rotterdams)
  42. Agent = Kit (Rotterdams)
  43. agent = Wout, smeris (Utrechts)
  44. agent = wout (Utrechts)
  45. agent = flik (Slengs)
  46. Agent = juut (Renkums)
  47. agent = gofie of de blauwe (Berg en Terblijts)
  48. Agent = Pliesie (Giessenburgs)


1 vertalingen voor het dialectwoord `agent`

  1. agent = wout (Utrechts)