NL: zwetenSynoniemen: perspireren, transpireren, uitslaan, uitzweten, transpiratie, zweet
DE: schwitzen, ausschwitzen
EN: sweat, perspire, sweat out, secrete sweat, lose sweat
ES: sudar, transpirar
FR: suer, guérir en transpirant, eliminer du liquide, transpirer, sécréter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gezweet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zweet jij zweet hij zweet wij zweten jullie zweten zij zweten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gezweet jij hebt gezweet hij heeft gezweet wij hebben gezweet jullie hebben gezweet zij hebben gezweet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zweette jij zweette hij zweette wij zweetten jullie zweetten zij zweetten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gezweet jij had gezweet hij had gezweet wij hadden gezweet jullie hadden gezweet zij hadden gezweet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal zweten jij zult zweten hij zal zweten wij zullen zweten jullie zullen zweten zij zullen zweten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gezweet hebben jij zult gezweet hebben hij zal gezweet hebben wij zullen gezweet hebben jullie zullen gezweet hebben zij zullen gezweet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou zweten jij zou zweten hij zou zweten wij zouden zweten jullie zouden zweten zij zouden zweten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gezweet hebben jij zou gezweet hebben hij zou gezweet hebben wij zouden gezweet hebben jullie zouden gezweet hebben zij zouden gezweet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zweet
|