Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

zeiken vervoegen




NL: zeiken
Synoniemen: griepen, talmen, plassen, piesen, zeuren, zaniken, teuten, hannesen, druilen, drentelen, dralen, aarzelen, treuzelen, klieren, etteren

DE: zeiken (griepen): jammern, nörgeln, wehklagen, quaken, klagen, zwicken, wimmern, trödeln, winseln, eitern, vergraulen, flennen, klonen, faseln, greinen
EN: zeiken (griepen): nag, be a pain in the neck, keep on
ES: zeiken (griepen): chinchar, charlar, quejarse, cotorrear, parlotear, dar la tabarra

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gezeken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zeik
jij zeikt
hij zeikt
wij zeiken
jullie zeiken
zij zeiken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gezeken
jij hebt gezeken
hij heeft gezeken
wij hebben gezeken
jullie hebben gezeken
zij hebben gezeken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zeikte
jij zeikte
hij zeikte
wij zeikten
jullie zeikten
zij zeikten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gezeken
jij had gezeken
hij had gezeken
wij hadden gezeken
jullie hadden gezeken
zij hadden gezeken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal zeiken
jij zult zeiken
hij zal zeiken
wij zullen zeiken
jullie zullen zeiken
zij zullen zeiken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gezeken hebben
jij zult gezeken hebben
hij zal gezeken hebben
wij zullen gezeken hebben
jullie zullen gezeken hebben
zij zullen gezeken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou zeiken
jij zou zeiken
hij zou zeiken
wij zouden zeiken
jullie zouden zeiken
zij zouden zeiken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gezeken hebben
jij zou gezeken hebben
hij zou gezeken hebben
wij zouden gezeken hebben
jullie zouden gezeken hebben
zij zouden gezeken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zeik

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/zeiken

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald