NL: whatsappen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewhatsappt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik whatsapp jij whatsappt hij whatsappt wij whatsappen jullie whatsappen zij whatsappen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewhatsappt jij hebt gewhatsappt hij heeft gewhatsappt wij hebben gewhatsappt jullie hebben gewhatsappt zij hebben gewhatsappt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik whatsappte jij whatsappte hij whatsappte wij whatsappten jullie whatsappten zij whatsappten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewhatsappt jij had gewhatsappt hij had gewhatsappt wij hadden gewhatsappt jullie hadden gewhatsappt zij hadden gewhatsappt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal whatsappen jij zult whatsappen hij zal whatsappen wij zullen whatsappen jullie zullen whatsappen zij zullen whatsappen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewhatsappt hebben jij zult gewhatsappt hebben hij zal gewhatsappt hebben wij zullen gewhatsappt hebben jullie zullen gewhatsappt hebben zij zullen gewhatsappt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou whatsappen jij zou whatsappen hij zou whatsappen wij zouden whatsappen jullie zouden whatsappen zij zouden whatsappen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewhatsappt hebben jij zou gewhatsappt hebben hij zou gewhatsappt hebben wij zouden gewhatsappt hebben jullie zouden gewhatsappt hebben zij zouden gewhatsappt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
whatsapp
|