NL: verlovenSynoniemen: engageren, ondertrouwen
DE: verloven (ondertrouwen): aushängen
EN: verloven (ondertrouwen): make public the notice of the intended marriage of, give notice of one's intended marriage
ES: verloven (ondertrouwen): dar aviso de matrimonio
FR: verloven (ondertrouwen): publier les bans
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verloofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verloof jij verlooft hij verlooft wij verloven jullie verloven zij verloven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verloofd jij hebt verloofd hij heeft verloofd wij hebben verloofd jullie hebben verloofd zij hebben verloofd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verloofde jij verloofde hij verloofde wij verloofden jullie verloofden zij verloofden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verloofd jij had verloofd hij had verloofd wij hadden verloofd jullie hadden verloofd zij hadden verloofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verloven jij zult verloven hij zal verloven wij zullen verloven jullie zullen verloven zij zullen verloven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verloofd hebben jij zult verloofd hebben hij zal verloofd hebben wij zullen verloofd hebben jullie zullen verloofd hebben zij zullen verloofd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verloven jij zou verloven hij zou verloven wij zouden verloven jullie zouden verloven zij zouden verloven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verloofd hebben jij zou verloofd hebben hij zou verloofd hebben wij zouden verloofd hebben jullie zouden verloofd hebben zij zouden verloofd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verloof
|