Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

verbouwen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: verbouwen
Synoniemen: kweken, opknappen, telen, voortbrengen, procreëren, planten, opkweken, genereren, fokken, aanplanten, aankweken, vertimmeren

DE: verbauen, umbauen
EN: rebuild, reconstruct
ES: renovar, reconstruir, modificar, reformar, transformar, remodelar
FR: transformer, reconstruire, rénover, changer la construction de

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
verbouwd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik verbouw
jij verbouwt
hij verbouwt
wij verbouwen
jullie verbouwen
zij verbouwen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb verbouwd
jij hebt verbouwd
hij heeft verbouwd
wij hebben verbouwd
jullie hebben verbouwd
zij hebben verbouwd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik verbouwde
jij verbouwde
hij verbouwde
wij verbouwden
jullie verbouwden
zij verbouwden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had verbouwd
jij had verbouwd
hij had verbouwd
wij hadden verbouwd
jullie hadden verbouwd
zij hadden verbouwd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal verbouwen
jij zult verbouwen
hij zal verbouwen
wij zullen verbouwen
jullie zullen verbouwen
zij zullen verbouwen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal verbouwd hebben
jij zult verbouwd hebben
hij zal verbouwd hebben
wij zullen verbouwd hebben
jullie zullen verbouwd hebben
zij zullen verbouwd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou verbouwen
jij zou verbouwen
hij zou verbouwen
wij zouden verbouwen
jullie zouden verbouwen
zij zouden verbouwen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou verbouwd hebben
jij zou verbouwd hebben
hij zou verbouwd hebben
wij zouden verbouwd hebben
jullie zouden verbouwd hebben
zij zouden verbouwd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
verbouw

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/verbouwen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English