NL: tochtenDE: ziehen
EN: be drafty, be draughty, let the draught through, let the wind through
FR: faire un courant d'air, avoir des courants d'air, provoquer un courant d'air
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tocht jij tocht hij tocht wij tochten jullie tochten zij tochten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getocht jij hebt getocht hij heeft getocht wij hebben getocht jullie hebben getocht zij hebben getocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tochtte jij tochtte hij tochtte wij tochtten jullie tochtten zij tochtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getocht jij had getocht hij had getocht wij hadden getocht jullie hadden getocht zij hadden getocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tochten jij zult tochten hij zal tochten wij zullen tochten jullie zullen tochten zij zullen tochten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getocht hebben jij zult getocht hebben hij zal getocht hebben wij zullen getocht hebben jullie zullen getocht hebben zij zullen getocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tochten jij zou tochten hij zou tochten wij zouden tochten jullie zouden tochten zij zouden tochten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getocht hebben jij zou getocht hebben hij zou getocht hebben wij zouden getocht hebben jullie zouden getocht hebben zij zouden getocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tocht
|