NL: thuisbezorgenSynoniemen: afgeven, afleveren, bestellen, bezorgen, brengen, overhandigen, rondbrengen
DE: bringen, besorgen, zustellen, rundbringen, ins Haus schicken
EN: deliver, bring, supply, provide, bring around, hand over to, ship, give, furnish, send, send round
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
thuisbezorgd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bezorg thuis jij bezorgt thuis hij bezorgt thuis wij bezorgen thuis jullie bezorgen thuis zij bezorgen thuis
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb thuisbezorgd jij hebt thuisbezorgd hij heeft thuisbezorgd wij hebben thuisbezorgd jullie hebben thuisbezorgd zij hebben thuisbezorgd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bezorgde thuis jij bezorgde thuis hij bezorgde thuis wij bezorgden thuis jullie bezorgden thuis zij bezorgden thuis
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had thuisbezorgd jij had thuisbezorgd hij had thuisbezorgd wij hadden thuisbezorgd jullie hadden thuisbezorgd zij hadden thuisbezorgd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal thuisbezorgen jij zult thuisbezorgen hij zal thuisbezorgen wij zullen thuisbezorgen jullie zullen thuisbezorgen zij zullen thuisbezorgen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal thuisbezorgd hebben jij zult thuisbezorgd hebben hij zal thuisbezorgd hebben wij zullen thuisbezorgd hebben jullie zullen thuisbezorgd hebben zij zullen thuisbezorgd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou thuisbezorgen jij zou thuisbezorgen hij zou thuisbezorgen wij zouden thuisbezorgen jullie zouden thuisbezorgen zij zouden thuisbezorgen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou thuisbezorgd hebben jij zou thuisbezorgd hebben hij zou thuisbezorgd hebben wij zouden thuisbezorgd hebben jullie zouden thuisbezorgd hebben zij zouden thuisbezorgd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bezorg thuis
|